Laura Fygi over haar jeugd

Laura Fygi over haar jeugd

De jeugd van Laura Fygi: ‘Ondanks mijn carrière wilde ik er voor mijn kinderen zijn’

Zangeres Laura Fygi miste in haar jeugd een stabiel gezinsleven. Ze werd van internaat naar internaat gestuurd. ‘Met opvoeden hield mijn moeder zich niet bezig.’

‘Als jong meisje leefde ik in een sprookjeswereld. Wij hadden dienstmeisjes, een gouvernante, een eigen chauffeur. We leefden in luxe. Mijn moeder, een Egyptische buikdanseres, ontmoette mijn vader in de nachtclub waar zij danste. Hij was als Philips-directeur gestationeerd in Egypte en werd op slag verliefd op haar’, vertelt Laura Fygi in haar muziekstudio in ’t Gooi.

Tien jaar woont het stel gelukkig samen in Egypte met ieder kinderen uit een eerder huwelijk. Haar moeder moet wel haar danscarrière opgeven, want een directeursvrouw in de showbizz past niet. In 1955 wordt Laura geboren, een nakomertje. Na nog een jaar in Egypte en drie jaar in Eindhoven verhuist het gezin naar Uruguay. Laura’s drie oudere halfzussen zijn op dat moment al de deur uit, dus ze groeit op als enig kind. ‘Ook in Uruguay leefden we een luxeleventje. Onze huishoudster, Carmen, was mijn maatje, zij zorgde voor mij. Ik kan me niet herinneren dat ik samen met mijn ouders at.’

Laura is een vrolijk, uitbundig kind, dat zich graag verkleedt en dan de visite vermaakt. ‘Dat artistieke en flamboyante heb ik van mijn moeder, zij hield net zo van de spotlights als ik. Mijn moeder was een geboren gastvrouw, sprak zes talen en organiseerde fantastische soirees. Bij ons thuis stond altijd muziek aan, mijn cd <i>Latin Touch</i> gaat over mijn jeugd in Uruguay.’

Laura’s vader is een consciëntieuze, wat strenge man. Hij doet weleens een spelletje met haar of neemt haar mee naar de radiofabriek. Op haar achtste krijgt hij een hartaanval. ‘Mijn laatste beeld van m’n vader is in het ziekenhuis, met een enorme zuurstoftank naast zich. Hij reikte nog naar me, bibberend.’

Eten van God

Na de dood van haar vader moeten ze terug naar Nederland. Philips regelt een flat in Amsterdam, maar de overgang is heel moeilijk. ‘Mijn moeder kon niet wennen. Alles was zo kil en afgepast. Ze was gewend aan gastvrije tafels vol eten, niet aan een koektrommel die in de kast verdween als iedereen één koekje had gehad. Ze was haar man kwijt, had geen rijbewijs, sprak geen Nederlands – we spraken thuis Frans – en ze had zich al twintig jaar niet met opvoeden beziggehouden. Ze was niet in staat om de regelmaat en structuur te bieden die ik nodig had. Ondanks dat een tante veel hielp, ging het niet goed met mij.’

Laura wordt opgenomen in het gezin van haar schoolmeester, meneer De Gans. ‘Daar waren veel regels, maar het was ook gezellig. Ik zat ineens met andere kinderen aan tafel, ik genoot van de reuring, de warmte.’ Laura heeft het naar haar zin, maar haar moeder vindt dat het gezin haar dochter teveel claimt. Zo mag Laura niet elk weekend naar huis van haar pleegouders, omdat ze dan na het weekend helemaal uit het gezinsritme is.

Na twee jaar in het pleeggezin stuurt haar moeder haar naar Huize Valentijn in Driebergen. ‘Ik woonde ineens tussen nonnen en mocht alleen in het weekend naar huis. Iedere keer werd ik huilend teruggebracht. Het was er streng, ik droeg een uniform en rond etenstijd klonk een harde bel. Dan moest je wachten in zo’n lange gang, netjes in een rij, en dan achter een non aan de eetzaal inlopen. Tijdens het eten mocht je niet praten of drinken, want “het eten van God spoel je niet weg”.’

Rebels

Daarna verandert ze nog een keer van kostschool. Bij Koningshof in Veldhoven komt ze onder de hoede van zuster Maria Immaculata. ‘Ik was een lastige puber, kwam als een van de weinigen uit Amsterdam – de rest uit Brabant – en ik liet rustig hasj opsturen door mijn vrienden uit de stad. Vaak sleepte ik meiden mee het bos in om daar stickies te roken.’

De progressieve ‘zuster Imm’, zelf ook een beetje rebels, is haar redding. Zij schaft bijvoorbeeld de nonnenkleding af, omdat ze dat ouderwets vindt, en heeft een eigen autootje. Ze neemt Laura weleens mee naar de stad of de bioscoop. ‘Soms rookten we samen stiekem een sigaretje op haar kamer.’ Tot haar dood houden ze contact. ‘Zuster Imm was echt mijn moeder, ik kon alles aan haar kwijt, ze was streng, maar gaf echt om mij en vocht voor me als ik iets had uitgevreten. Later kwam ze op ons huwelijk, ze had foto’s van mijn kinderen op haar kamer en ik trad geregeld voor haar op. Toen mijn dochter ernstig ziek was, liet ze het hele klooster voor haar bidden.’

Het lukt zuster Imm niet om te voorkomen dat Laura op haar veertiende van het internaat getrapt wordt, omdat ze stoned in de klas zit. Ze gaat terug naar haar moeder. ‘Ik had er geen moeite mee en heb er ook niets aan overgehouden. Ik was al zo gewend aan verandering. Mijn hele leven was ik gewisseld van land, van school, van familie.’

In Amsterdam is Laura veel alleen, haar moeder is vaak buitenshuis. Ook Laura gaat veel op pad, na school hangt ze vaak rond bij het buurthuis. ‘Ik had veel conflicten met mijn moeder, ze vond weinig goed van wat ik deed, keurde mijn vriendjes af. Op mijn zestiende ging ik de deur uit en vond ik werk in een illegaal casino. Ik leefde een wild bestaan. Ik heb dertien jaar rondgereden zonder rijbewijs! Toen ik de kans kreeg, ging ik zingen. Ik kwam in de sexy meidengroep Centerfold terecht. Een ruige periode.’

 Warmte

Als Laura is uitgeraasd, ze is inmiddels 35, ontmoet ze haar man, de ondernemer Sjaak Buhling. Ze krijgen drie kinderen. Ze heeft één voornemen: ‘Een fijne, stabiele jeugd voor hen. Mijn carrière is niet ten koste gegaan van mijn kinderen. Al trad ik op tot drie uur ’s nachts, de volgende ochtend stond ik vroeg op om boterhammen te smeren. Ik heb de kinderen altijd zelf naar school gebracht en als er iets met ze was, belde ik mijn optreden af. Ze zijn nu dik in de twintig, en twee wonen nog thuis. We zijn een gezin in balans, met veel warmte. Dat heb ik in mijn jeugd gemist.’

Later in haar leven wordt de band met haar moeder beter. ‘Ze was een vrouw waar je niet omheen kon, met veel charisma. In mijn jonge jaren botste dat, later kon ik er beter mee omgaan.’ Tijdens Laura’s eerste zwangerschap overlijdt haar moeder. ‘Als mijn vader destijds was blijven leven, was ik nooit zangeres geworden. Dat heb ik aan mijn moeder te danken. Mijn vader had vast gewild dat ik was gaan studeren, daar hechtte hij aan. Maar als hij nu naar beneden kijkt, is hij vast trots op wat ik heb bereikt.’

 

Laura Fygi

 Laura Fygi (1955) is (jazz)zangeres en treedt op in Europa, Zuid-Amerika en Azië. Ze begon haar zangcarrière begin jaren tachtig bij Centerfold. Daarna ging ze solo verder. Ze won een Edison, ontving diverse gouden en platina platen en speelde in Singapore de hoofdrol in de musical.

Posted on: June 8, 2017Dana Ploeger