Word weer verliefd op je (eigen) baan

Word weer verliefd op je (eigen) baan

Gewoon een leuke baan is niet meer goed genoeg. Je bent pas succesvol als je werk hebt waarin je je hart volgt en helemaal jezelf kunt zijn. Wanneer werd werken voor brood op de plank ineens een passievolle dagelijkse missie?

Tekst Dana Ploeger, illustraties Chris Marmier (artikel in Trouw)

Werk is niet louter meer brood op de plank, een baan van nu moet gelukkig maken, vervullend zijn. In die droombaan moet je je hele ziel en zaligheid kwijt kunnen. Kennelijk is er met een baan waarin je het door de bank genomen prima naar je zin hebt heel veel mis. Als de passie er niet vanaf spat, ben je voor je het weet een grijze muis. Of erger, een gestampte muis – met een flinke burn-out. Werkgelukgoeroes prediken dan ook: stop toch met die middelmatige baan, gooi het roer om en volg je hart – vooral dat laatste is een hardnekkig mantra. Net als de uitspraak: succes is een keuze. Wanneer werd werk ineens passie?

Terwijl ik me vergaap aan het oneindige trainingsaanbod om inderdaad van je werk je passie te maken, moest ik aan mijn vader denken, die in de jaren zeventig en tachtig een transportbedrijf leidde. Hij was als ambitieuze twintiger in het familiebedrijf gestapt – op verzoek van zijn vader. Dat betekende zes lange dagen in de week sjouwen, laden en lossen om ervoor te zorgen dat alle vrachtwagens vlekkeloos konden vertrekken. De woorden ‘passie’ en ‘zijn hart volgen’ nam hij nooit in de mond. Hij werkte, bracht geld in het laatje en was blij met zijn zondagse uitslaapochtend.

Bij zijn naoorlogse generatie paste niet het woord droombaan. Wel gaf hij ons, zijn drie dochters, dwingend carrièreadvies: kies vooral een beroep waar je gelukkig van wordt. En dat deden we, net als vele generatiegenoten. Loopbaancoach Ciska Pittie, die al ruim twintig jaar mensen begeleidt, zag tijdens haar carrière de kijk op arbeid veranderen. “Vroeger werkte je inderdaad om geld te verdienen en had je geluk als je werk had dat bij je paste. Mensen hadden vaak een zogeheten ‘psychologisch contract’ met hun werkgever; ze bleven er gerust hun hele leven werken. De motiverende kracht van dit psychologisch contract wordt nu soms onderschat.”

Met de stijging van de welvaart, in de gouden jaren negentig, kwam er ruimte voor mensen om op zoek te gaan naar zichzelf. Eerst in hun persoonlijke leven, daarna in hun carrière. “Ik weet nog dat begin deze eeuw het boek ‘Het merk IK’ van Huub van Zwieten verscheen. Ineens ontstond het idee dat je van jezelf een merk kon maken, dat je je eigen talenten moest vinden en benutten.” Alles draaide om het individu. “Wat wil ik, waar word ik gelukkig van?”

Maar het was niet alleen de individualisering die een rol speelde, ook de komst van nieuwe generaties op de arbeidsmarkt veranderde de beleving van werk, ontdekte generatiedeskundige Aart Bontekoning. “Zodra een nieuwe generatie de werkvloer op komt, wordt de zittende generatie geconfronteerd met hun eigen makke. En dan gaat alles schuiven. Dat zie je nu bij de millenials, zij willen meer vrijheid, flexibeler en zeker niet vijf dagen van negen tot vijf werken. Ook willen ze meer out of the box vergaderen en niet top-down worden aangesproken.”

Dat heeft zo z’n invloed op de werkbeleving van de generaties voor hen, merkt Bontekoning. “Vijftigers beginnen zich af te vragen: wil ik dit werk nog wel doen op deze manier? Krijg ik er nog energie van? Door de andere kijk van jongeren op werk gaat ook bij hen een lampje branden en ontstaat een verlangen naar iets anders, iets nieuws.”

En zo is een gewone baan verheven tot roeping. Met alle hemelbestormende verwachtingen, juist onder jongeren, van dien. Filosoof Alain de Botton schrijft in zijn boek ‘Een baan om van te houden’: ‘Door onze banen willen we worden wie we in onze ogen zouden moeten zijn: succesvol en gewaardeerd. Dat we ertoe doen. En wat kenmerkend is: het wordt ons ook voortdurend voorgespiegeld dat het kan.’ En daarin schuilt gelijk het gevaar. De zucht naar werkgeluk is flink doorgeslagen, vinden Pittie en Bontekoning. “Alsof werk vooral lollig moet zijn. De eisen die medewerkers aan elkaar en zichzelf stellen zijn inmiddels torenhoog. Dat begint nu zijn grenzen te bereiken. Kijk maar naar het toenemend aantal jonge mensen met een burn-out”, zegt Bontekoning.

Volgens De Botton zit er een ‘ongewilde, uitputtende wreedheid in dat idee van oneindige mogelijkheden en van talent dat uiteindelijk beloond wordt.’ De realiteit is dat niet iedereen de top haalt en het je eigen schuld is als je daarin faalt. ‘De oude wereld beschouwde mislukken als toeval, als pech’, schrijft De Botton. ‘In de moderne wereld is mislukken geen toeval, maar eerder het gevolg van een persoonlijke tekortkoming.’ Dat merkt ook Pittie in haar praktijk: “Mensen die het op hun werk best naar hun zin hebben, krijgen zo toch het gevoel dat ze losers zijn.”

Volgens Pittie maken vooral jongeren elkaar gek op sociale media, waarbij alleen de succesverhalen in beeld worden gebracht. “Er is niets mis met een baan waarin je gewoon tevreden bent. Niet iedereen wil het maximale uit zichzelf halen.” Zij pleit voor het doorprikken van de bubbel van werksucces, passie en glamour. “Relativeer! Hang niet je hele levensgeluk aan je baan op, maar zoek kleine geluksmomenten binnen je huidige baan. Als je werk hebt waar je plezier in hebt, is dat al heel wat. Haal je er ook inspiratie uit? Prijs jezelf dan gelukkig!” Bontekoning noemt dat zoeken naar energiegevers. “Vraag op je werk naar opdrachten waar jij goed in bent, sla taken af waar je op leegloopt. Als je ergens energie van krijgt, ben je productiever, vitaler en houd je het langer vol.”

Bontekoning besteedt in zijn trainingen veel aandacht aan betere samenwerking tussen de verschillende generaties op één werkvloer. Aan oudere medewerkers adviseert hij dan: “Word niet zuur, maar gebruik de energie van de jongere generatie. Ik zie in veel trainingen dat veertigers en vijftigers thuis met hun eigen kinderen prima overweg kunnen. Ze hanteren daar succesvol het interactief overlegmodel, maar zetten vervolgens op hun werk een gedateerde directieve houding in. Dat werkt niet.”

Een open, samenwerkende houding zou veel effectiever zijn. “Jongeren willen inderdaad alle vrijheid en out of the box vergaderen, maar hunkeren ook naar kennis van ervaren collega’s. Geef aan dat ze je altijd kunnen bellen als ze iets willen weten. Zo ontstaat betere samenwerking en meer werkplezier voor beiden.” Daar zit de crux: vind de energieslurpers in je werk, elimineer die en zoek opdrachten die je energie geven. Dan ben je al een heel eind op de goede weg.

Plezier in je werk

Vorige week verscheen het boek ‘Plezier in je werk – 30 manieren om weer verliefd te worden op je baan’ van Bruce Daisley. Hij stelt dat mensen ook plezier in hun werk verliezen door de hoge werkdruk, de nimmer aflatende stroom e-mails en de 24-uurs economie waarin we elkaar gek maken. Hierdoor ben je niet productiever en creatiever, maar juist inefficiënter, voel je je gejaagd of raak je burn-out. In zijn boek geeft hij enkele werkverbeterpunten:

  1. Plan af en toe een monnik-modus-morgen in: werk de eerste uren van de dag thuis of in een rustige ruimte en maak in die paar uur een taak af. Laat je niet afleiden door anderen of e-mail. Dit geeft veel voldoening voor de rest van de dag.
  2. Stop met urenlange vergadersessies. Organiseer een wandelvergadering. Ga in kleine groepjes wandelen en kom terug met enkele ideeën die je dan samen in tien minuten verzamelt.
  3. Profiteer (soms) van je koptelefoon. Sluit je af van de kakofonie die kan heersen in kantoortuinen. Zo heb je minder last van energieverlies.
  4.  Onthaast. Beschouw lege plekken in je agenda niet als tijdverspilling. Vaak krijg je het beste idee als je stilzit en je gedachten de vrije loop laat.
  5. Schakel je mailmeldingen uit. Check twee keer per dag je mail, aan het einde van de ochtend en middag. Zo blijf je in je werkflow.
  6. Ga uit lunchen. Verander even van sfeer en omgeving. Spreek af met iemand van buiten je werk. Verzet zo even je gedachten.
  7. Neem digitaal vrijaf in het weekend. In deze maatschappij staat iedereen altijd aan. Dat is niet gezond. Neem af en toe echt vrij van je werk.

Tips van filosoof en schrijver Alain de Botton om wat meer tevreden te zijn met je eigen baan:

  1. Stel je voor dat iemand je interviewt over je carrière en dat hij vraagt wat de beste drie dingen aan jouw werk zijn? Wat is dan je antwoord?
  2. Stel je voor dat een tijdschrift een fotoshoot komt doen op de werkvloer. Welke interessante foto’s die iets positiefs laten zien over je werk kunnen zij dan maken?
  3. Mik niet te hoog. Het concept van ‘goed genoeg’ kan goed werken. Dan maar niet aan de top of in die droombaan. Daar is niets mis mee.

Redactioneel: door Andrea Bosman

Posted on: May 8, 2019Dana Ploeger