Een maand niets kopen

Een maand niets kopen

Oktober is door een groepje enthousiaste vrouwen uitgeroepen tot ‘Buy Nothing New’ Maand. Om te ervaren hoe je eenvoudiger én duurzamer kunt leven. Dana Ploeger probeerde het alvast uit.

 Totaal uitgerust en ontspannen stap ik na de zomervakantie mijn huis binnen. Het waren heerlijke, eenvoudige weken in de Oost-Duitse natuur. Eerst maar eens die flinke tassen vieze was naar boven sjouwen. Ik loop door mijn huis en op de een of andere manier lijkt alles anders. Voller en rommeliger. Wat is er dan anders aan ons knusse huis waarin geleefd mag worden. Ineens zie ik het, voel ik het. Dit is geen gezellig gezinshuis, eerder een berg spullen waar vijf mensen zich doorheen manoeuvreren. Het is alsof alle lucht en ruimte van de vakantie in één klap uit me wordt geperst.

Het overkomt me steeds vaker. Zo’n gevoel van dat het anders kan, misschien wel anders moet. Duurzamer, zuiniger en met minder spullen. Ik herinner me een artikel over een vrouw die nauwelijks bezittingen had. Zelfs haar huis had ze weggedaan. Ze woonde afwisselend bij vrienden en familie en ervaarde een enorme vrijheid en verrijking. Hoe zou dat voor mij zijn? Leven met minder spullen. Die week zie ik een oproepje op Twitter om mee te doen aan de Buy Nothing New Maand. Vier weken niets nieuws kopen, zodat je de spullen die je hebt opnieuw waardeert of weggeeft aan anderen. Dat ga ik doen.

 ’s Avonds aan tafel bespreek ik het Niets Kopen-plan met mijn gezin. Mijn 11-jarige dochter ziet het direct als een nieuw goed doel; na de zielige varkens in de bio-industrie. Onze puberzoon reageert zorgelijker. Hij heeft net ontdekt dat hij uit het merendeel van zijn kleren is gegroeid tijdens de zomer. “Moet dat nú? Wanneer kunnen we dan naar de stad?” Nou, over een maand. De enige die echt boos reageert, is onze jongste van acht. “Moet ik dan nog een maand langer wachten op mijn waterschildpadjes?” Dat is inderdaad sneu, want een tweedehands aquarium staat al maandenlang in de garage te wachten. Mijn lief vindt het prima (“Ik koop toch nooit wat”).

Op mijn eerstvolgende vrije dag begin ik. De kinderen zijn naar school en ik duik met een paar vuilniszakken onze slaapkamer in. Eerst de klerenkast; ik ben niet zo modebewust en houd ik niet van winkelen, dus dit is een eenvoudig klusje. Vrij vlot staan twee grote tassen klaar met te wijde of juist te krappe kleren, shawls en ongemakkelijke schoenen. Ook de mannenkant is zo gebeurd. Dan trek ik vanachter het schot een paar dozen tevoorschijn. Ik blijk een ware bewaarder. Kerstkaarten, kindertekeningen, rapportjes, zelfs een stapel felicitatiekaarten uit 1970 ter gelegenheid van mijn eigen geboorte. Bijna doe ik het luik weer dicht. Nee. Dat heb ik al vaak genoeg gedaan. Aan de slag. Dagboeken, fotoboeken en liefdesbrieven blijven, de rest gaat weg. Tussen de rommeltjes vind ik nog een brief van mijn inmiddels overleden vader, geschreven toen we zijn auto in de prak hadden gereden. Ik lees zijn typische handschrift: “Lieverd, maak je niet druk om dat stuk blik. Spullen zijn niet van waarde. Jullie wel.” Ontroerd ga ik verder.

Mijn boekenkasten zijn aan de beurt. Ik probeer al jaren die bomvolle, stoffige kasten op te schonen. Maar ja, zoveel mooie boeken van fijne schrijvers. Na wat heen en weer gedraal begin ik toch te schiften. Bijzondere boeken gaan in een doos voor verjaardagen. De weggooiers en twijfelgevallen gaan weg. Na een paar uur staan acht bananendozen opgestapeld in de gang. Ik zucht diep. Doe ik hier nu wel goed aan? Is dit niet te rigoureus? Ik laad ze gauw in de auto en rij naar de tweedehands boekwinkel – voor ik spijt krijg. ’s Avonds kijk ik rond in mijn slaapkamer. Fris. Ruim. Kaal. De volgende ochtend worden we opvallend uitgerust wakker. Of is dat verbeelding?

 Opruimen geeft mij in elk geval veel energie en ik vind het deze keer makkelijker om door te zetten. Misschien omdat ik een bepaald doel voor ogen heb. Ik doe dit niet alleen voor mezelf, maar ook voor het ‘goede doel’. Het recyclen en nadenken over al het afval wat we produceren zorgt toch voor een extra motivatie. Na de slaapkamer volgen de keuken (hoeveel bakvormen en schalen heeft een mens nodig?), badkamer (hoeveel flessen shampoo?), linnenkast (kussenslopen?) en kinderkamers (schattige tekenschriftjes?), de schuur en garage. De eerste twee weken rij ik toch zeker vijf keer met een volle auto naar de kringloop. Wel apart om te ervaren dat ik me deze keren niet bezwaard voel al mijn huiselijke ballast bij hun over de schutting te kieperen. Aan de meeste dingen denk ik niet meer. Ik mis ook niet veel. Heel soms duik ik op het laatste moment nog in de weggooizakken. En vis dat fijne bakblik en die lieve theekommetjes er weer uit. Het kost veel tijd en energie, maar ik vind het wel fijn. Die ruimte in mijn huis geeft ook ruimte in mijn hoofd. Alleen al doordat ik gewoon minder klusjes op mijn lange termijn to-do-lijstje heb staan.

 Het niets nieuws kopen ervaar ik al het eenvoudigste onderdeel. Af en toe vergt het wat denkwerk, maar voor bijna alles blijkt een oplossing. Grotere gympen of een cadeau voor een kinderfeestje? Via marktplaats, ruilsites, buren of vrienden is veel te vinden. Of we maken iets zelf. Mijn dochters vriendinnetje vindt het zelfgemaakte tasje van een oude spijkerbroek een topcadeau. Ik ben intussen benieuwd of meer mensen op deze manier leven. Dat blijkt: consuminderen is ongelooflijk hip. Op internet ontdek ik legio blogs, deelcafé’s, ruilsites en groepen mensen die diensten met elkaar ruilen zonder geld te betalen. Ik vind een tuinman, masseur, taartenbakker en een dichter voor de Sint. Wat ongelooflijk leuk dit! Maar als ik zie dat ik eerst lid moet worden en zelf ook iets moet aanbieden (stukjes schrijven of meditatieles geven?) dan schrik ik toch terug. Het klinkt aanlokkelijk, maar is mij te veel gedoe.

Net als de levensstijl van ultraminimalist Bea Johnson, die in haar boek ‘Zero Waste Home’ beschrijft hoe je echt een duurzaam huishouden bestiert. Zij produceert maar een halve vuilniszak vuilnis per jaar! Haar tips: maak je eigen deodorant, was je haar met appelcider en geef je kinderen lunch mee in een knapzak van zelfgemaakte theedoeken. Even raak ik begeisterd door haar aanpak, maar tegelijk weet ik dat ik dit niet kan waarmaken. Dit gaat me te ver. Ik ga mijn kinderen toch geen knapzakjes meegeven naar de middelbare school. Ze zien me aankomen. Al lezende word ik steeds kribbiger. Ik dacht behoorlijk goed aan het consuminderen te zijn. Eigenlijk heb ik niets anders gedaan dan vijftien jaar opgestapelde zooi opruimen.

Van de weeromstuit ga ik ineens veel meer uitgeven aan allerlei luxe boodschappen. Want eten kopen ‘mag’ wel deze maand. Heerlijk die exclusieve olijven, voorgesneden Japanse wokgroenten en fairtrade teriyaki saus. Alsof ik mezelf trakteer voor alle inzet en onthouding. Ik word moe van mijn eigen perfectionisme. Waarom kan ik niet een beetje duurzaam zijn en wat is er mis met genieten van een mooie vette lippenstift van Lancôme? In mijn hoofd groeit zelfs een wensenlijstje voor ná deze maand: winterlaarsjes met hoge hakken, een zwart Hema-vestje en een hippe spijkerbroek. En eens lekker uit eten bij de Thai. Bewust consumeren is behoorlijk vermoeiend. Toch blijf ik serieus meedoen. Ik repareer zelf een kapotte fiets in plaats van naar de fietsenmaker te brengen. Ik neem’s ochtends in de trein braaf mijn thermomok vol kruidenthee mee en ik pak vaker de fiets. Ook heb ik nu standaard boodschappentassen bij me. Geen plastic tasjes meer bij de kassa. Ik ben minder gemakzuchtig, dat wel.

 Dan klaagt mijn oudste zoon dat hij het zo koud heeft op de fiets ’s ochtends. Hoog tijd om hem in de kleren zetten bij. Samen rijden we naar de kringloop. Hij vindt het allemaal prima, leuk zelfs: “Dat is toch ook een winkel?” We zetten eerst nog twee zakken ‘oude’ kleding bij de weggeefbalie en gaan dan naar binnen. Bij de kledingrekken vinden we alleen wat sleetse, veel te grote overhemden. Midden tussen de bruine eiken meubels past hij die monter aan, maar zegt toch eerlijk: “Mam, dit is niks.” Eén shirt blijkt wonderwel te passen en die nemen we mee voor drie euro. Ook vind ik nog een spijkerbroek voor mezelf en een rokje en shirt voor mijn middelste. Als we bij de kassa staan, stuift hij ineens weg. Om een minuut later met twee immense geluidsboxen terug te keren. Breed grijzend: “Dit valt binnen de regels. Ze zijn tweedehands en kosten maar 12,50. Ik betaal ze van mijn eigen zakgeld!” Hij rekent af en sjouwt de boxen naar de auto. Op de parkeerplaats van de kringloop besluiten we een uur vrijaf te nemen van het project en rijden rechtstreeks door naar het winkelcentrum. We zijn best welwillend en creatief, maar leuke puberkleren vind je toch vooral in gewone winkels. Een uur later zijn we geslaagd voor een broek, blouse, schoenen en trui. Hij is ongelooflijk blij met zijn nieuwe kleren en bedankt me meerdere keren. Hij lijkt wel blijer dan normaal. Het was ook echt gezellig; samen ‘stiekem’ kleren kopen.

 Vandaag is onze maand is voorbij en we zijn niets tekort gekomen, vinden we. De kinderen vonden het leuk, maar hopen niet dat we er altijd mee doorgaan. Zelf vond ik het inspirerend om stil te staan bij alle mogelijkheden die er zijn om spullen via andere wegen te vinden. Ook ontdek ik dat tweedehands spullen net zo’n fijn gevoel geven als nieuwe. Maar om nu te zeggen dat ik mijn nieuwe winterjas bij de kringloop ga halen. Nee. En tijd en vrijheid heeft het me ook niet opgeleverd. Misschien moeten we voor die ervaring nog even door bikkelen. Eerst moet ik met mijn jongste naar de dierenwinkel. Ze heeft samen met papa het aquarium voor de schildpadjes helemaal ingericht met gerecycled hout en stenen. Nu de bewoners nog.

Oktober is Buy Nothing New Maand
Na een pilot in 2012 begint nu de eerste officiële BNN-maand. Het team van Buy Nothing New bestaat uit vrouwen die elkaar volgens de site kennen als “vriendinnen, vrienden-van-vrienden, via-via door eerder vrijwilligerswerk bij TEDxAmsterdam & Professional Passionates, of als schoonzussen. Een husseltje enthousiastelingen.” Oprichter Kim van Dijk verhuisde van ruim dertig naar acht vierkante meter. Ze dacht dat ze het verschrikkelijk zou vinden, maar werd juist “overvallen door een enorme rust”.

Als je je aanmeldt ontvang je elke week een mail waarin de instructies staan voor de vier weken onthouding van nieuwe spullen.

Week 1: Draag de hele week kleren die je maanden niet hebt gedragen. Ruim aan het einde van de week je kledingkast op.

Week 2: Geef iets van jezelf weg. Organiseer een ruilfeestje of bak een cadeau voor een vriendin. Zomaar.

Week 3 Ruim je berging, schuur en zolder op. Bedenk wat je kunt delen met anderen. Zet spullen op lokale uitleenwebsites.

Week 4 Wees creatief. Kruip achter de naaimachine. Pimp die saaie trui of lampenkap.

(www.buynothingnew.nl)

Wensenlijstje voor ná deze maand:
winterlaarsjes met hoge hakken,
een zwart Hema-vestje
een hippe spijkerbroek
een mooie vette lippenstift van Lancome

 

Trouw, oktober 2014 

 

Posted on: juni 14, 2016Dana Ploeger

Geef een reactie