Levenslessen actrice Ellen Pieters

Levenslessen actrice Ellen Pieters

Actrice Ellen Pieters kruipt komende maand in de rol van Adèle Bloemendaal. Intrigerend vindt zij haar. “Een vrouw met overduidelijk een geheim, met een extroverte en een zeer gesloten kant. Daar herken ik wel iets in.”

Les 1 Geef acteurs een rommelmarge

“In de theaterwereld van nu draait alles om zo snel mogelijk een productie uit de grond stampen. Niet dat het vroeger allemaal beter was, maar toen hadden we als acteurs wel meer tijd om ons de rollen en personages eigen te maken. Om een rol echt tot in de finesses goed te krijgen, is eenvoudigweg geen geld meer. Dat vind ik weleens moeilijk. Het ontbreekt ons aan ‘rommelmarge’, tijd om dingen uit te proberen. In de komende productie ‘Adèle, Conny, Jasperina – De Grote Drie’ waarin ik Adèle Bloemendaal vertolk, hadden we een maand de tijd om de musical in de vingers te krijgen. Dat was erg kort, ik heb het zelf altijd echt nodig om me helemaal in te leven in een personage, dus heb ik eindeloos naar oude banden van optredens en shows van Adèle Bloemendaal gekeken – maar wel in mijn eigen tijd.”

Les 2 Blijf stoïcijns

“Voor mij is de enige manier om me staande te houden in dit veeleisende, dwingende wereldje om heel dichtbij mezelf te blijven. Ook al wordt een producent woest, reageert het publiek anders dan ik hoop, ik probeer me er niets van aan te trekken. Dat lukt het beste door heel stoïcijns te blijven. Ik let niet te veel op alle details en de zakelijke dingen van de productie, maar richt me puur en alleen op mijn prestatie. Als acteur kom je pas helemaal aan het einde van een productiecyclus in beeld; tot die tijd moet je flink de focus op jezelf houden, zodat je prestatie op het moment suprême top is. Ik herinner me nog goed een voorstelling waar ik jaren geleden in speelde, met een waardeloos script, een veel te krap budget en een hopeloze producent – ik noem geen namen. Toen zag ik voortdurend redenen om op te stappen. Toch deed ik het niet. Je moet soms binnen lastige omstandigheden er het beste van te maken. Mij hielp het toen om steeds het echte plezier in mijn spel op te zoeken, dat doe ik nog steeds. De laatste tijd verlang ik steeds meer naar iets zelf te maken. Daar denk ik veel over na. Juist ook omdat ik me soms te veel in een mal gedrukt voel, ik wil graag weer zelf creëren.”

Les 3 Koester je eigen geheim

“Over de vraag of ik Adèle Bloemendaal wilde spelen, hoefde ik geen seconde na te denken. Intrigerend vind ik haar, een vrouw met overduidelijk een geheim, met een extroverte én een zeer gesloten kant. Ik herken daar wel iets in. Als 14-jarig meisje draaide ik al liedjes van haar elpee ‘Adèle’s keus’. Ik was een rebelse puber en luisterde naar haar stem op mijn zolderkamertje, in mijn eigen wereldje. Ik heb Adèle een paar keer ontmoet, we hebben ooit met elkaar geluncht, maar verder ken ik haar niet. Om haar nu goed te vertolken heb ik. Door met mensen om haar heen te praten en heel veel opnames te bekijken, wel een beeld van haar gekregen. Ik vind haar spannend, uitdagend, echt een personage waar ik me helemaal in kan verliezen. Een vrouw van grote hoogten en diepe dalen. En die hoop ik – ik zeg met nadruk hoop ik – straks op het toneel te benaderen.”

 Les 4 Wees als de Zangeres zonder Naam

“Op het toneel ben ik vaak angstig. Ik moet enorm vechten tegen die binnenste stem, die criticus die me altijd naar beneden haalt, die me een gevoel van schaamte geeft tijdens het spelen. Heel irritant. Toch ben ik hiervoor geboren, als jong meisje dacht ik altijd dat iedereen aan het oefenen was om later een rol in een film te spelen, net als ik. Pas toen ik ouder werd, ontdekte ik dat acteren gewoon werk is. Ik heb mijn hele jeugd geoefend met spelen en werd gelijk aangenomen op de kleinkunstacademie en ging vlot aan het werk. Vreemd eigenlijk, dat ik dit al mijn hele leven doe, kennelijk wil iets in mij die schaamte overwinnen. Die voel ik al heel lang, het is bijna een soort schaamte dat ik besta. Dat klinkt pathetisch, maar ik denk dat dit met mijn karakter te maken heeft, hoe ik gevormd ben: blij en tobberig ineen. Toen ik me verdiepte in Mary Servaes voor de musical ‘De Zangeres zonder Naam’, kon ik echt jaloers zijn op haar gemak, haar gebrek aan schroom. Hoewel ze ook een vrouw was met een duistere, geheime kant, maakte ze vrij eenvoudig en heel natuurlijk keuzes in haar leven. Zonder er heel diep over na te denken, zonder wroeging. Zij was niet al te slim, maar compleet overtuigd van haar eigen kunnen. Was ik maar iets meer zoals zij was, heerlijk lijkt me dat.”

Les 5 Woede overwint angst

“Ik weet inmiddels dat ergens bang voor zijn me tegenhoudt in mijn ontwikkeling. Angst is een slechte raadgever. Toch helpt het soms ook. Toen ik druk repeteerde voor ‘De Zangeres zonder Naam’, stonden er een paar jonge theatermensen wat lacherig te wijzen naar de poster van die musical. Een van hen riep: ‘Zo’n rol zou ik nóóit willen spelen’ en de anderen knikten instemmend. Zo’n volkse vrouw vertolken, wilden ze maar zeggen. Aan dat soort mensen die hoog van de toren blazen, die zichzelf heel wat vinden, kan ik me doodergeren. Vreselijk. Op zo’n moment voel ik zo’n intense woede vanuit mijn binnenste opborrelen, dat ik me direct over mijn angst heen kan zetten. Dan wint de woede en wil ik per se laten zien dat het spelen van een volkse vrouw dezelfde inspanning kost als welke vrouw dan ook. Mary Servaes was van vlees en bloed. Ze wist te ontroeren. Dat wilde ik laten zien.”

Les 6 Niets is wat het lijkt

“Vanaf mijn jongste jeugd voel ik twijfel. Over mezelf, over wie ik ben en wat ik wil. Rond mijn 28ste jaar was ik erg zoekende. Op alle vlakken zocht ik richting: mijn werk, mijn vak, mijn relaties. Welke kant moest ik op? Ik zocht naar antwoorden op dat oude gevoel van twijfel, dat gevoel dat ik eigenlijk al mijn hele leven kende. De vraag of ik er wel mocht zijn. In die periode ontdekte ik dat mijn vader, de man die mij had opgevoed, niet mijn biologische vader was. Mijn moeder, die acht jaar daarvoor was gestorven, had dat geheim meegenomen in haar graf, ook mijn vader wist van niets. Als ik niet was gaan zoeken, was het waarschijnlijk nooit uitgekomen. Ik ontdekte het doordat ik bleef doorvragen bij familieleden. Toen ik hoorde wie mijn biologische vader was, vielen alle puzzelstukjes in elkaar. Mijn gevoel dat er iets niet klopte, bleek dus waar. Ik kende mijn biologische vader goed en hij had zo zijn eigen issues. Daardoor ben ik heel blij dat niet híj maar mijn vader mij heeft opgevoed; een stabiele, rechtschapen, degelijke vent, die ervoor zorgde dat ik een beetje in het gareel bleef met mijn gefladder. Enige sturing was ook wel nodig bij ons thuis, een tamelijk bonte toestand met veel reuring. Ik had een ingewikkelde, complexe moeder, ze was balletdanseres en zat vaak op de bank met één been hoog in de lucht haar voeten te strekken en te flexen. Een theatrale, maar ook heel gulle vrouw, alles en iedereen kon mee eten en ze was heel genereus met complimenten en stimuleerde mensen – ook mij – om alles uit het leven te halen. Wat dat betreft is niets wat het lijkt.”

Les 7 Ziekte overwinnen is mazzel hebben

“Ik houd van eerlijkheid en heb een hekel aan mensen die niet zeggen wat ze voelen of denken, maar zeggen wat ze denken dat ze moeten zeggen. Dat soort obligate uitspraken hoorde ik vooral toen ik ziek werd. Ik kreeg baarmoederhalskanker op mijn 39ste, waarvan de dokters later riepen: ‘we waren er op het nippertje bij’. Het gemekker, de bullshit die mensen toen zeiden. Ik kon daar erg slecht tegen. Dat ik zo dapper was, bijvoorbeeld, ik kon daar niets mee. Oké, ik was doodziek, ik kon doodgaan, ik was bang en toch voelde ik me sterk. Niet elke dag, maar ik had veel vertrouwen. Toen ik uiteindelijk beter werd, wilde ik in mijn euforie een kort moment de wereld redden, mijn leven omgooien, ontwikkelingshulp doen (lacht). Dat ‘plan’ was geen lang leven beschoren, in essentie ben ik niet door die ziekte veranderd. Ook voor die tijd was ik al een blij ei, en nog. Ik heb gewoon geluk gehad dat ik beter werd. Ik heb die ziekte niet overwonnen, ik heb geen strijd geleverd, ik heb dit niet zelf gedaan. Ik had gewoon mazzel. En omdat niet iedereen dat kan zeggen, ben ik heel dankbaar en leef ik nu verder vanuit die wetenschap.”

Les 8 Liefde geeft vertrouwen

“In die ziekteperiode ben ik getrouwd met mijn liefde, Han Oldigs, hij is ook acteur. Ik wilde niet ongetrouwd doodgaan. We hebben elkaar ontmoet op het toneel, inmiddels zo’n 16 jaar geleden. Ik wist het gelijk. Dit is mijn man. Een gevoel vanuit mijn diepste wezen, een puur weten. Hij moest daar nog even achter komen, dat wel, maar inmiddels zijn we nog altijd heel happy. Ik lach me gek om die man. Ook als hij iets voor de honderdste keer doet, moet ik nog steeds om hem lachen. We hebben geen kinderen, maar ik weet eerlijk gezegd ook niet hoe ik die had moeten inpassen in mijn leven. Het is vol, druk, enerverend. Wat dat betreft vind ik het leven mooi. Voor iedereen is het leven een gevecht met allerlei afgrijselijke dingen en midden in die ellende vind je dan zo’n echte liefde. Die zomaar ineens in je schoot geworpen wordt. Dat geeft mij vertrouwen. Ik kan veel verdragen, zolang het maar echt is.”

Les 9 Wees je eigen tegenstelling

“Ik houd van de contradictie van moeilijk en mooi, van lief en lastig. Eigenlijk zoals Adèle Bloemendaal ook haar leven heeft geleefd. Heel erg publiek, lekker extreem en toch met een heel groot stuk privé dat ze met hand en tand beschermde. Voor mij geldt dat ook, ik woon op het platteland en kan niet goed tegen de stad, de drukte, al die premières. Het liefst verschijn ik in joggingbroek op de rode loper of helemaal over the top met lange wimpers en glitter. Van die tegenstelling houd ik. Dat ben ik ten voeten uit. Als ik niet op het toneel sta, ben ik het liefst thuis, bij Han. En feestjes die vier ik met vrienden, mijn zelf gekozen familie die al jaren met mij oploopt. In donkere en in lollige tijden.”

Biografie: Ellen Pieters (1964, Purmerend)

Ellen Pieters is actrice en zangeres en speelt in theater-, film- en televisieproducties. Na de kleinkunstacademie rolt ze al snel de theaterwereld in. Aanvankelijk doet ze vooral typetjes, zo kent het grote publiek haar vast nog van ‘Kopspijkers’ als prinses Máxima en Rita Verdonk. Ze maakt enkele jaren cabaret, onder anderen met Tosca Niterink, en speelt veel toneel en in musicals, zoals ‘Wat zien ik’, ‘‘t Schaep met de 5 Pooten’, ‘Op hoop van Zegen’, ‘Hij gelooft in mij’ en ‘In de ban van Broadway’. In 2011 kreeg ze voor haar vertolking van Mary Servaes in de muzikale voorstelling ‘De Zangeres zonder Naam’ lovende recensies. Op televisie speelt ze de hoofdrol in ‘Rechercheur Ria’ van SBS 6. Het jongere publiek kent Ellen Pieters van ‘Het Klokhuis’ en haar rol als geinig lachende burgervrouw in ‘Welkom bij de Romeinen’, ‘De Gouden Eeuw’ en ‘Welkom in de IJzeren Eeuw’. Op 13 februari is de première van ‘Adèle, Conny, Jasperina – De Grote Drie’, waarin zij Adèle Bloemendaal speelt samen met Frédérique Sluyterman van Loo als Conny Stuart en Hanneke Drenth als Jasperina de Jong. Ellen is getrouwd met acteur Han Oldigs.

Bekijk hier het het artikel in Trouw: levenslessen Ellen Pieters

Posted on: maart 31, 2017Dana Ploeger