Levenslessen Martin Sitalsing

Levenslessen Martin Sitalsing

Na een succesvolle carrière bij de politie, koos voormalig korpschef Martin Sitalsing begin dit jaar voor een baan bij de jeugdzorg. Vanaf deze plek wil hij een verschil maken voor kinderen in de knel. 

Les 1. Creëer je eigen werkelijkheid

“In Suriname, waar ik opgroeide, kreeg ik al jong te maken met onrechtvaardigheid en ongelijkwaardigheid. Ik merkte dat in Suriname niet alles op afgewogen argumenten besloten werd. Mijn vader werkte als ambtenaar en wist als geen ander dat politieke kleur soms belangrijker was dan rechtvaardigheid. Hij wond zich daarover op en sprak erover met ons. Dat heeft mij zeker beïnvloed. Ik erger me blauw aan onrechtvaardigheid in wat voor situatie ook. In 1970 verhuisden we naar Nederland, ik was acht jaar oud. Hier werd ‘kleur’ pas echt een thema, soms op het pijnlijke af. Bij ons thuis werd daarop niet gereageerd vanuit slachtofferschap. Nee, wij werden juist aangemoedigd kansen te pakken. Zorg dat je de beste wordt in alles. Dat betekende een stevige opleiding, talen leren en goede vrienden uitzoeken. Creëer je eigen werkelijkheid was en is ons motto. Nadat vorig jaar duidelijk werd dat bij de nationale politie geen plek voor mij was, ben ik gaan nadenken. Een vriend met een goedbetaalde, zekere baan zette me aan het denken. Hij is kortgeleden voor zichzelf begonnen in de creatieve sector. Hij volgde zijn hart. Dat inspireerde mij om een ander pad te kiezen. Bij de politie was mijn loopbaan tot aan mijn pensioen tot in de puntjes verzorgd. Deze functie bij het Bureau Jeugdzorg is voor vier jaar en ik verdien minder. Toch geeft me dat juist energie.”

Les 2. Vier het leven én de dood

“Toen ik 22 jaar oud was, stierf mijn moeder. Haar overlijden greep mij vreselijk aan, toch stonden we er niet eens zo lang bij stil. Zes jaar later pleegde mijn oudste broer Danny zelfmoord, hij kon zijn draai maar moeilijk vinden in Nederland. Een schok voor de familie, maar het leven ging al snel weer verder. In die tijd was ik druk bezig mijn eigen bestaan op te bouwen. Ik was 28 jaar en alles draaide om mijn carrière bij de politie en het opbouwen van mijn gezin. Nu realiseer ik me dat ik destijds veel te kort stil heb gestaan bij hun overlijden. Het kwam als een wals over ons heen, het moest allemaal snel over zijn en we mochten er niet te veel over praten. Daar heb ik achteraf gezien zo’n spijt van. Toen mijn vader twee jaar geleden overleed, voelde ik direct dat ik zijn afscheid anders wilde doen. Drie keer is scheepsrecht, zeg maar. Ik nam de regie in eigen hand. In die dagen heb ik eigenlijk opnieuw afscheid van mijn moeder en broer genomen. Ik realiseer me hoe belangrijk dat is. Want hoe jong of hoe heftig iemands overlijden ook is, je kunt altijd iets moois vinden om bij stil te staan. Hun leven vieren als het ware. Dat hebben we bij mijn vader zeker gedaan. We regelden alles zelf; van overheerlijke hapjes tot een speciaal moment waarop we hem hebben begraven. We wilden de begrafenis namelijk op Hemelvaartsdag doen, omdat mijn moeder op diezelfde dag was gestorven. Dat was onmogelijk, zei de uitvaartorganisatie. Toch hebben we het voor elkaar gekregen. We vonden dat zo’n mooie symboliek, op Hemelvaartsdag.”

Les 3. Minder zenden, meer luisteren

“De afgelopen jaren heb ik veel nagedacht over het leven, de dood, de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Van nature ben ik eigenlijk een zender, iemand die graag zijn mening geeft en zich actief met zaken bemoeit. Een druk baasje. Ik zit nooit stil en zoek altijd anderen op. Toch begin ik daar anders over te denken. Teveel mensen staan op zenden, daar erger ik me meer en meer aan. Wanneer ik met collega-bestuurders zit te vergaderen, merk ik het vaak. Iedereen wil zijn zegje doen en moet zijn boodschap kwijt. Terwijl luisteren zoveel krachtiger en effectiever is. Het levert mij een intenser contact op met mensen. Op mijn werk, in vriendschappen en thuis met mijn gezin. Dat spiegel ik aan mensen. Kijk nu eens naar de jeugdzorg. We praten met ouders en hulpverleners, maar wanneer luisteren we naar de cliënt, het kind? Door waarachtig te luisteren, ontstaan betere gesprekken en hoor je het verhaal achter het verhaal. Dat had ik tijden geleden niet kunnen denken. Je moet natuurlijk niet alléén op luisteren staan. Anders sla je nog geen deuk in een pakje boter. Maar iets minder zenden, vind ik een persoonlijke uitdaging.”

Les 4. Buig het systeem om

“Mijn missie in de jeugdzorg is het bedrijfsmatige systeem om te buigen. Politie en jeugdzorg worden in mijn ogen te veel als bedrijven benaderd. Alles draait om wat het oplevert en over hoe je zoveel mogelijk kinderen door het systeem loodst. Kinderen zijn cases geworden. Dat ergert mij. Als directeur van Bureau Jeugdzorg Groningen probeer ik mijn mensen ervan te overtuigen dat ze geen verantwoording moeten afleggen aan het systeem, maar aan de samenleving. Ik sta achter mijn medewerkers, zeker als zaken niet goed gaan. Ik vind het vreselijk wanneer over jeugdigen gesproken wordt als ‘caseload’ of ‘probleemgerichte aanpak’; we hebben het niet over producten! Onze jeugdzorgwerkers moeten af van het angst-denken, dat is ontstaan na de dood van het meisje Savannah. Ze denken nu te veel na over eventuele consequenties voor hun functioneren. Ze zouden weer moeten handelen vanuit hun gevoel, kennis en professionaliteit. Als zij voelen dat hun directie achter hen staat, voelen ze zich vrijer de juiste beslissingen te nemen. Die steun zouden ze vanuit de politiek ook moeten voelen. Politici hebben hun mond vol over daadkracht, maar als het misgaat in de jeugdzorg laten ze mijn mensen als een baksteen vallen. In mijn ogen draait het maar om één ding: is een kind veilig en kan het opgroeien in de juiste context? Dat is onze uitdaging. Niet praten, maar doen. Zorgen dat er meer kinderen opgroeien op een veilige plek. Als ik daarin iets kan betekenen, heb ik het goed gedaan.”

Les 5. Repareer het dak als het droog is

“Het is spijtig dat onze samenleving vooral gericht is op repressie. Zaken achteraf regelen in plaats van voorkomen. Dat zag ik in de 25 jaar dat ik bij de politie werkte, maar dat zie ik evenzo goed bij jeugdzorg. Ik geloof meer in het bespreekbaar maken en aanpakken van problemen aan de voorkant. Voorkomen, preventie, goede begeleiding, zodat die repressie minder nodig is. Mijn motto hierbij is: je moet het dak repareren als het droog is. Op persoonlijk vlak geldt dat precies zo. Mijn vrouw en ik hebben een goede relatie. Dat durf ik rustig hardop te zeggen. Dat vinden wij niet alleen, maar onze kinderen en anderen om ons heen beweren dat ook. We zijn gek op elkaar, bespreken alles en gaan graag samen op pad. Toch heb ik onlangs een relatie-apk voorgesteld. Mijn vrouw Karin, een pragmatische boerendochter, reageerde met: ‘Hoezo, we hebben het toch goed samen?’ En haar tweede opmerking was: ‘Of heb je een ander?’ Beide vragen kon ik gelukkig ontkennend beantwoorden. Toch zie ik wel iets in zo’n apk. Hoe vaak hoor je niet dat stellen pas in therapie gaan, als er een ander in beeld is of als ze al op scheiden staan. Ik vind het juist goed om onze relatie tegen het licht te houden vanuit een gelukkige positie. Mijn vrouw zoekt nu uit of we dit misschien als gezin kunnen oppakken. We hebben vier kinderen tussen de zeven en zeventien jaar oud. Uiteraard niet altijd even gemakkelijk. Daarin sluipen de nodige patronen. De vraag is volgens mij heel simpel. Hoe doen we dat nou met elkaar? Daar wil ik gezamenlijk naar kijken vanuit vertrouwen en reflectie. Zodat het goed en gezellig blijft.”

Les 6. Doe waar je voor staat

“Ik geef graag het goede voorbeeld. Je moet je eigen principes, waarden en normen echt voorleven. Zo sta ik erin. Thuis, maar ook binnen de organisaties waar ik heb gewerkt. Ik kan nog zoveel visiedocumenten schrijven, maar één duidelijke interventie waarmee ik mijn visie laat zien, heeft veel meer impact. Toen onze dochters wat ouder werden, ging de discussie bij ons thuis over alcoholgebruik. Mijn vrouw en ik drinken graag een wijntje bij het eten, maar hebben toen zonder al te veel woorden afgesproken dat we doordeweeks niet meer drinken. Onze meiden zijn hartstikke stoer, gaan tot diep in de nacht uit, maar drinken niet of nauwelijks. Doen waar je voor staat. Dat zie je ook terug in de samenstelling van ons gezin met drie eigen dochters en een pleegzoon. Als je je mond vol hebt over iets willen doen voor kinderen in de knel, waarom dan niet zelf een pleegkind in je gezin opnemen? Wanneer we met onze kinderen fantaseren over later, noemen zij als vanzelfsprekend een pleeg- of adoptiekind als onderdeel van hun toekomstige gezin. Mooi toch?”

Les 7. Blijf een kwajongen

“Kinderen hebben me altijd geraakt, zeker als ze het niet makkelijk hebben. Het speelse, onbevooroordeelde en onbezorgde van kinderen, vind ik prachtig. Ik hou zelf net zo goed van een beetje dollen en gekkigheid op zijn tijd. Dat is een beetje het kind in mij. Je ziet dat terug als ik bij mijn vrienden ben. We hebben een trouwe vriendengroep van elf jongens van mijn lagere en middelbare school. Wij delen elkaars historie. We kennen elkaars ouders en waren erbij toen ze ziek werden en enkelen overleden. We hebben veel samen gesport en zagen vriendinnen komen en gaan. Als er iets is, dan zijn we er voor elkaar. Minimaal één keer per jaar gaan we een weekendje weg. Dat betekent sporten, wedstrijdjes houden, keten, lekker eten en vooral veel lachen. In die groep heet ik geen Martin, maar Sietje, mijn bijnaam van toen. Die groep mannen is mijn ‘extended family’. Het zijn heel verschillende mannen, van timmerman tot multimiljonair, maar dat maakt niets uit. We kijken heel open naar elkaar en kunnen hierdoor juist goed met iedereen omgaan. Morgenavond ga ik met een van hen naar een chique gala van VNO/NCW in Noord-Nederland. We zien er op zo’n moment van buiten heel officieel uit, maar van binnen zijn we nog diezelfde kwajongens als toen. Waar ik ook ben, deze groep mannen geeft mij een stevige basis. Ik ben vaak verhuisd en van baan gewisseld, maar ik hoef nooit mijn best te doen om vrienden te maken. Die heb ik al en dat zorgt ervoor dat ik me overal onafhankelijk voel.”

Biografie

Martin Sitalsing (50) groeide op in Suriname en Nederland. Hij studeerde voor accountant, maar ging werken als politieagent. Zijn carrière verliep vlot: van agent en inspecteur in Amsterdam tot teamchef en districtschef in Groningen. In 2005 werd hij plaatsvervangend korpschef van de politieregio Friesland en vier jaar later korpschef van Twente, de eerste van buitenlandse afkomst. Bij de vorming van de nationale politie bleek er geen plek voor Sitalsing. Hij vertrok zelf naar Bureau Jeugdzorg Groningen, waar hij directeur is. Hij is getrouwd, heeft drie dochters en een (pleeg)zoon.

(Trouw, foto Merlijn Doomernik)

Posted on: juni 3, 2016Dana Ploeger

Geef een reactie