Niet afwachten, maar doorpakken

Niet afwachten, maar doorpakken

Ieder kind heeft wel eens een poepongelukje. Ouders weten vaak niet dat dit komt door obstipatie. Afwachten tot het kind eroverheen groeit, heeft geen zin. Ouders moeten snel naar een arts en laxeren.

 “Jarenlang zag ik de poepongelukjes van mijn zoon als iets waar hij wel overheen zou groeien”, vertelt Nieske Castelein (47). Het begon als kleuter en op die leeftijd vond zij het helemaal niet raar dat hij af en toe een poepveegje in zijn broek had. Maar het ging niet over. “Regelmatig kwam hij uit school met een heel andere broek dan hij ‘s ochtend had aangetrokken. Met in zijn hand een plastic zak met de vieze broek. Met een verjaardag of uitje nam ik altijd reservebroeken mee. Ik heb wat wassen gedraaid door de jaren heen, of ik gooide de broekjes weg en kocht nieuwe.”

Acht jaar lang bleek Nieskes zoon last te hebben van obstipatie, waardoor hij niet goed kon voelen wanneer hij naar het toilet moest en regelmatig ongelukjes had. “Ik geloof niet dat hij zich schaamde of er onder leed, maar hij vond het wel vervelend”, zegt zijn moeder. “Wij maakten er zelf geen drama van. Hij was een vrolijk kind, dat veel voetbalde, eindeloos met Knex speelde en nooit buikpijn had. Hij kon wel heel geconcentreerd spelen, waardoor hij vergat naar de wc te gaan. Ik zag geen ziek kind, dus dacht niet direct aan een dokter.”

Dat is wat de meeste ouders denken en hierdoor verergert het probleem, zegt prof. dr. Marc Benninga, hoogleraar kindergeneeskunde voor maag-, darm- en leverziekten bij het Emmakinderziekenhuis/AMC. “Met deze klachten moet je niet afwachten. Zodra je het idee hebt dat het niet klopt, raad ik aan direct een arts op te zoeken. De ontlasting hoopt zich namelijk op, wat zorgt voor verstopping en de ongelukjes zijn beetjes ontlasting die daar langsheen gaan. De grootste fout die ouders maken als hun kind lastig poept, is rommelen met vezels, pruimen, olie door het eten of een kind veel te laten drinken. Je moet direct naar een huisarts en het kind laxeermiddelen geven.” Volgens Benninga is driekwart van de kinderen dan binnen drie maanden van de klachten af. “Wacht je ermee of doe je simpelweg niets, dan heeft zestig procent van de kinderen na drie jaar nog steeds klachten.” Met blaasproblemen, buikpijn, scheurtjes in de anus of chronische obstipatie als gevolg.

Nieske Castelein ontdekte pas wat er loos was, toen een GGD-verpleegkundige op school terloops vertelde dat meer kinderen hier last van hebben vanwege obstipatie. Ze ondernam actie en bezocht een gespecialiseerde poeppoli, waarvan er inmiddels zestig zijn in ons land. “Dat was prettig, geen vage verhalen, maar heldere uitleg en ze gaven mijn zoon klysma’s. Dat hielp. Bij hem ging toen ook de knop om. Hij was inmiddels 12, was zich er meer van bewust en ging er beter op letten. Sindsdien gaat het goed met hem.”

Dr. Marc Benninga ziet jaarlijks honderden kinderen bij zijn poeppoli en bestudeert dit thema al twintig jaar. Hij ontdekte onlangs dat kinderen over de hele wereld in dezelfde mate last hebben van obstipatie en dat andere voeding en cultuur weinig uitmaken. Toch kunnen wetenschappers lastig een directe oorzaak aanwijzen. “We vermoeden dat kinderen hun ontlasting vaak ophouden, waardoor obstipatie ontstaat. Meestal heeft het dan een keer pijn gedaan – bij de overgang van borstvoeding naar flesvoeding bijvoorbeeld – en dan houden ze onbewust hun poep op om pijn te voorkomen. Dat geeft vooral klachten rond de peuterleeftijd”, zegt Benninga.

Kindertherapeut Hadassa Voet, die de methode en app ‘Superpoeper’ ontwikkelde, denkt dat het steeds later zindelijk worden van kinderen van invloed is. “Werkende ouders hebben geen tijd meer voor een degelijke zindelijkheidstraining en denken dat kinderen uit zichzelf gaan poepen op de wc. Helaas, daar moet je toch echt wat voor doen. Het gevolg is dat kinderen jarenlang in een luier rondlopen en staand of liggend leren poepen. Funest. Ze houden het te lang op en krijgen obstipatieklachten.” Nieske Castelein herkent zich in dat beeld. Ook haar zoon was laat zindelijk. “Het waren drukke jaren met twee kleintjes en ik was niet echt bezig met het vlot zindelijk krijgen van mijn zoon. Ik weet wel dat hij bijna naar de kleuterschool ging en dacht ‘nu moet ik doorpakken, anders gaat hij met een luier aan naar school’. Achteraf, met de kennis van nu had ik beter gekund.”

Dr. Yvonne Lisman doet onderzoek naar de Behandeling van Obstipatie van jonge Kinderen (BOKi) bij het UMC Groningen en zij merkt inderdaad dat kinderfysiotherapeuten steeds vaker kinderen zien met zindelijkheidsproblemen rond de schoolleeftijd. “Het beeld klopt dat kinderen later zindelijk worden, maar we hebben nog geen bewijs dat hierdoor obstipatieklachten ontstaan.” Volgend jaar is het onderzoek van Lisman pas klaar. Professor Benninga twijfelt aan de zindelijkheidstheorie. “Veertig procent van de kinderen heeft al obstipatieproblemen op babyleeftijd, dan is zindelijkheidstraining nog helemaal niet aan de orde.”

Hoewel over de oorzaak onduidelijkheid bestaat, over de oplossing is iedereen het eens. De belangrijkste remedie is laxeren. Huisartsen kijken het probleem volgens de richtlijn vaak nog twee weken aan, maar de obstipatie kan zo ernstig worden dat kinderen dagen, soms wekenlang niet naar de wc kunnen. Dan is een laxeermiddel heilzaam. Vorig jaar werd 98.000 keer een laxeermiddel afgegeven aan kinderen tussen de 0 en de 14 jaar. Het probleem is alleen dat ouders niet altijd de voorgeschreven medicijnen daadwerkelijk aan hun kind geven. Ze zijn er niet happig op, vertelt Benninga. “Vaak denken ouders dat je daar luie darmen van krijgt, maar dat is een regelrechte fabel. Dagelijks een zakje laxeermiddelen innemen om goed te kunnen poepen is absoluut niet schadelijk.”

Naast medicijnen is voorlichting aan ouders een belangrijk middel. Hadassa Voet van Superpoeper werkt alleen nog met ouders. “Omgeving en opvoeding spelen een grote rol. Kinderen moeten tegenwoordig zoveel, ze hebben soms dagelijks clubjes naast school. Ouders en docenten verwachten veel van ze; al die stress geeft veel spierspanning en dat bevordert geen relaxte stoelgang. Ik leg dan aan ouders uit hoe het lichaam werkt en wat een goede stoelgang is.” Ook de onderzoekers uit Groningen pleiten voor een brede aanpak. Lisman: “Ons idee is dat alleen laxeermiddelen voorschrijven niet helpt, dat brengt alleen verlichting voor de korte termijn. Wij denken aan voorlichting over leefstijl, zindelijk worden en over hoe en wanneer naar de wc te gaan. Zo zorgen we ervoor dat kinderen niet jarenlang poepongelukjes hebben.”

Nieske Castelein sjouwt tegenwoordig geen schone onderbroeken meer mee in haar tas. Die tijd is gelukkig voorbij, maar ze is wel geschrokken hoe weinig informatie ze zelf kon vinden. Daarom ontwikkelt ze nu samen met andere professionals een online platform over poep en poepen voor een breed publiek, dat later dit jaar online komt. “Iedereen in Nederland moet normaal over poepen kunnen praten, wij willen dit taboe doorbreken.”

Illustratie: Het Poeppaleis

Trouw: 12 -2-2016

 

Posted on: juni 2, 2016Dana Ploeger

Geef een reactie