Jeugdenco

Kleine setting, complexe problemen

De afbouw van residentiële plekken is in volle gang. Bij uithuisplaatsing wordt tegenwoordig eerst gekeken naar een pleeggezin of gezinshuis. Een bonte variatie aan kleinschalige plekken in gezinsverband is het resultaat.

Jarenlang was Nederland kampioen. Maar medailles en juichende menigten ontbraken. Van de titel Kampioen residentiële opvang wil ons land dan ook graag af. Dus is het streven nu: opgroeien in een gezin. Kan dat niet, dan toch tenminste een situatie die daar het meest op lijkt. Dus wordt bij een uithuisplaatsing eerst gekeken naar een pleeggezin of gezinshuis – en bij hoge uitzondering naar een (gesloten) leefgroep. Dat stelt de nieuwe Jeugdwet (2014): “Jeugdigen die niet thuis kunnen wonen, moeten indien redelijkerwijs mogelijk, worden geplaatst bij een pleegouder of gezinshuis, tenzij dit aantoonbaar niet in het belang is van de jeugdige”. Het resultaat is dat jeugdzorginstellingen residentiële voorzieningen stevig afbouwen en kiezen voor gezinsachtige settings. Zowel binnen als buiten de jeugdzorg wordt deze ontwikkeling toegejuicht. Tot aan Unesco aan toe, die de positie van Nederland als kampioen residentiële opvang sterk afkeurde.

Spirit in Amsterdam is zo’n voorstander. Conny Zeilstra, van Servicepunt Pleegzorg en Verblijf van Spirit: ‘Wij zetten sinds jaren stevig in op kleinschalige opvang in gezinsverband voor diverse doelgroepen. Hier geloven wij in. Ik vind het goed dat dit streven nu wettelijk is vastgelegd. Jongeren zien het ook als iets positiefs. Ze vinden de persoonlijke aandacht prettiger. En gezinshuis- en pleegouders zijn bijzonder betrokken, ze laten zo’n jongere niet los. Dat levert op langere termijn minder problemen op en kost het de samenleving dus uiteindelijk minder geld.’

Het Nederlandse Jeugd Instituut becijferde in opdracht van de Alliantie Kind in Gezin dat de afgelopen vijf jaar het percentage kinderen, geplaatst in een pleeggezin of gezinshuis, steeg van 55 naar 59 procent – zo’n 3227 kinderen. Het totale aantal uithuisgeplaatste kinderen nam in deze periode toe met 6.7 procent naar 42.720 in 2015. De Alliantie Kind in Gezin streeft naar 10.000 in huisgeplaatste kinderen in tien jaar tijd. Nu de teller na vijf jaar op 3227 staat, is dat doel nog zeker niet in zicht.

Niet bij alle organisaties verloopt de afbouw van residentiële plekken zonder horten of stoten, zegt Peer van der Helm, onderzoeker en lector residentiële jeugdzorg van de Leidse Hogeschool. Vooral instellingen die in het verleden flink investeerden in leefgroepen hebben het zwaar. ‘Sommige jeugdzorginstellingen stonden zelfs financieel op omvallen – zoals Intermetzo, die nu met Pluryn bestuurlijk fuseert. Je ziet dan geen congruent beeld; de keuzes van instellingen lopen sterk uiteen. Instellingen als Spirit en Jeugdformaat kiezen voluit voor kleinschalige opvang zoals gezinshuizen, pleegzorg en Driehuizen, terwijl Horizon net enkele projectgezinnen – langdurige gezinshuizen voor kinderen met complexe problemen, die veel therapie nodig hebben – heeft afgestoten.’

Lange tijd werd gedacht dat kinderen met complexe problematiek beter tot hun recht kwamen in residentiële groepen. Maar een groep met 10, 12 kinderen en vaak wisselende leiding bleek hun gedrag juist ingewikkelder te maken. Het leefklimaat op de groepen was vaak niet in orde en kinderen kwamen in een cyclus terecht vol negatief gedrag en straffen, zegt Van der Helm: ‘Het gevolg was dat deze kinderen soms van instelling naar instelling verhuisden, met toename van problematiek en agressie tot gevolg. Veel kinderen gedijen beter in een kleinere setting, waar ze vaste gezichten zien.’

Recent onderzoek van Van der Helm laat zien dat ook kinderen met ernstige hechtings- en gedragsproblemen zich juist prima kunnen ontwikkelen in bijvoorbeeld een gezinshuis. ‘Een belangrijke succesfactor is het vaste contactpunt – de pleeg- of gezinshuisouders – waardoor er continuïteit van zorg en een zekere voorspelbaarheid is. Ritme, rust en een zo normaal mogelijke gezinssetting doen de rest. Jarenlang dezelfde mensen om je heen is de belangrijkste sleutel tot het opbouwen van vertrouwen en succes’, zegt Van der Helm. ‘Je wilt dat kinderen en tieners zo weinig mogelijk worden overgeplaatst, zodat nog enige hechting en heling mogelijk is.’

Ook de Inspectie Jeugdzorg toont in het recente rapport [DP: dit verscheen in september] ‘Verantwoorde hulp voor jeugd in gezinshuizen’ dat gezinshuizen er prima in slagen passende hulp te bieden en dat het leefklimaat in orde is. Wel blijken er grote variaties in de huisregels en vindt de inspectie dat het systematisch inschatten van veiligheidsrisico’s van de kinderen en de omgang met medicatie beter kan. Daarom vraagt de inspectie het veld een ‘Kwaliteitskader Gezinshuizen’ op te stellen met richtlijnen over onder andere veiligheidsrisico’s, medicijngebruik, huisregels en deskundigheidsniveau van gezinshuisouders.

Of jeugdinstellingen ooit helemaal zonder leefgroepen kunnen, betwijfelt de lector residentiele jeugdzorg. Er blijven jongeren voor wie op dit moment de vrijheid van een kleinschalige voorziening nog te veel is. ‘Het gaat dan niet alleen om de ernstige problematiek van de jongere zelf, maar ook om invloeden van buitenaf, zoals bijvoorbeeld bij meisjes met loverboyproblematiek of eerwraak’, stelt de onderzoeker.

 

 

Wat: Gezinshuis Human Horse Power, Putten

Doelgroep: Tieners van 10 – 18 jaar

Jeugdorganisaties: uit het hele land, maar veelal met de Hoenderloo Groep

Succesformule: Paarden helpen bij hechtingsproblemen

‘Wij kiezen bewust voor een gezinshuis met paarden, omdat juist beschadigde kinderen met trauma’s en hechtingsproblemen baat hebben bij contact met paarden’, vertelt Eric Lammertsma (55) van Human Horse Power terwijl hij over het landgoed bij Putten struint. In de boerderij wonen acht tieners, op het land twintig paarden. Langs de bosrand staan enkele paarden op een kluitje, daar is de waterplek. Bij de stallen zijn twee jongeren bezig met het borstelen van de paarden. ‘Deze paarden vormen een kudde, ze leven niet als op een manege, maar in een natuurlijke setting waarin de kinderen de paarden kunnen ontmoeten.’ Het is de ultieme vorm van ervarend leren. ‘Wij leren de tieners met allerlei oefeningen dat ze niet machteloos staan tegen een paard van toch zo’n 600 kilo. Die oefeningen lukken alleen maar door vertrouwen te hebben. Een paard is heel betrouwbaar, eerlijk en enigszins voorspelbaar. Dat biedt kinderen houvast. Vaak worden ze dikke vrienden met zo’n paard en kunnen ze alles aan het dier kwijt.’

Gezinshuismoeder Paula Kooyman (47) legt uit dat ieder kind bij binnenkomst een eigen paard krijgt. ‘Daar begint het opbouwen van een band al. Het gaat om verbinding maken, een stuk wederkerigheid ervaren en veel spelen. Deze tieners hebben veelal het spelen in hun vroege jeugd gemist en kunnen hier onbekommerd spelen met hun paard. Het gaat niet alleen om verzorgen, voeren en berijden, maar ook om samen pret maken met je dier, dat is heel helend.’

Ondanks de pittige doelgroep met onder meer autisme, ADHD en psychiatrische problemen, geniet het echtpaar van hun leven. Eric, ooit organisatieadviseur en Paula werkzaam in de financiële dienstverlening, hebben hiermee hun droom gerealiseerd. Iets voor kinderen betekenen – met paarden. Ook al kan hun concept financieel niet uit, ze zetten door. ‘Over pensioen en een spaarpot praten wij niet. Hier draait het niet om efficiency of kosten, maar om leven in balans met de natuur. Onze rijkdom zit in de ontwikkeling van een kind en niemand komt iets tekort. Ze leren zorg te hebben voor een levend wezen.’ Dat geldt voor de paarden, de honden, de kippen én voor Maggie de schildpad. ’s avonds halen de jongeren haar binnen. Gelukkig heeft Maggie een oranje ballon aan haar schild geplakt – anders vindt niemand haar terug op dit grote natuurterrein.

De meeste kinderen bloeien op bij het paardengezinshuis. Lammertsma: ‘Soms lukt het niet. Een enkeling is te beschadigd, we kunnen veel en de paarden nemen een groot deel van de zorg van ons over. Eén meisje zit nu toch in een gesloten groep, zij had meer structuur nodig dan wij hier bieden. Het is een leven met veel verantwoordelijkheid én veel vrijheid. Wij hebben hier geen militaire schema’s, dat past niet bij ons en niet bij dit terrein. Die ruimte moeten kinderen aankunnen.’ Dan komt Maureen (21) aanlopen, zij woonde enkele jaren in dit gezinshuis, maar woont inmiddels op zichzelf. Regelmatig keert ze terug naar ‘huis’. ‘Ik kom nog geregeld helpen. Orin was mijn paard hier, een prachtige fjord. Zij is mijn grootste vriend, zo’n once in a lifetime vriendschap. Ik dook helemaal in haar verzorging. Door hier te wonen heb ik ontdekt dat ik echt iets wil met paarden in de toekomst.’

 

Wat: Pleegzorgvoorziening InnSide, Zwolle

Doelgroep: Tieners van 15 – 18 jaar

Jeugdorganisaties: SGJ en Trias groep

Succesformule: De pleegkinderen hebben meer keuze met vier pleegouders

In een grote verbouwde boerderij in Zwolle wonen naast vijf tienerpleegkinderen twee echtparen. Om de beurt wisselen de bevriende stellen het pleegouderschap af. Ieder echtpaar bewoont een vleugel van de boerderij, in het midden is het woondeel voor de pleegkinderen. Deze week staat de grote schuifdeur van het woon- en slaapgedeelte van Henk en Trix Grit open; zij in charge. Pleegzorg is buffelen, het is hard werken. Door deze constructie te kiezen heb je om de week een week ‘vrij’ van zorg’, vertelt Tienke Veenstra (61) die met haar man Henk volgende week aan de beurt is.

De kinderen die de twee echtparen opvangen zijn allemaal ouder dan 15 jaar en hebben hechtingsproblemen. ‘Juist die pittige problematiek past goed in onze opzet, omdat wij niet erg lijken op een ‘echt’ gezin met één papa en één mama. Hier hebben de jongeren meer keuze en zo doen we een minder emotioneel appèl op hen.’ In de prachtig verzorgde tuin van de pleegzorgboerderij staan ook nog twee kleine huisjes waar vier jongvolwassenen begeleid wonen. ‘Een mooie aanvulling op onze pleegzorg. Zo kunnen ze doorstromen naar hun eigen unit en zijn ze toch nog een beetje onderdeel van het ‘oude’ pleeggezin.’

Vandaag zijn alle pleegtieners zijn op school, alleen een peutertje van drie, waar de pleegouders ook regelmatig op passen is thuis. Ze scharrelt wat rond de tafel en gaat dan weer spelen op de grond in de woonkamer.

Collega-pleegmoeder en vriendin Trix Grit (55) gelooft sterk in hun verdiepende aanpak. ‘Wij hebben allemaal ervaring in het onderwijs en brengen ieder een bepaalde expertise mee. Daar profiteren onze pleegkinderen van. En je hebt zelf altijd meerdere sparringpartners als je het even niet meer weet. We hebben wekelijks overdrachten en weten wat we aan kwaliteiten hebben en zetten die ook in. We zijn echt een team.’

In de loop van de jaren hebben 22 kinderen bij InnSide gewoond. Jeugdzorginstellingen weten hen goed te vinden. ‘We krijgen positieve verhalen terug. Ook van de kinderen’, zegt Veenstra. ‘Ik heb het hier goed’, zei een van de jongens van de week. Dat is een enorme opsteker, meestal hoor je niets terug. Wij hebben wel meegemaakt dat een kind hier jaren woonde, op zijn 18e de deur achter zich dicht trok en nooit meer iets liet horen. Ook dat is okay.’

De meerwaarde van deze opzet is dat ze het zelf langer volhouden. Trix Grit: ‘Natuurlijk hebben wij momenten dat we er even doorheen zitten, maar dan draag je het aan het eind van de week over aan Henk en Tienke en kunnen wij even opladen. En toen we een sterfgeval hadden van de biologische moeder van een van onze pleegdochters, was het een zegen dat we dat met zijn vieren konden dragen. Onze inmiddels volwassen kinderen helpen ook nog steeds mee, soms nemen ze de pleegkinderen meer naar PEC Zwolle.’ Haar vriendin vult aan: ‘Voor ons is InnSide gelukt als we een kind verkreukeld binnen zien komen en dan na een tijdje weer happy zien. Dat hij iets uit de koelkast pakt en met de voeten op de bank lekker languit gaat liggen. Dan weten wij dat het goed zit.’

 

Wat: 18 Driehuizen in Amsterdam e.o.

Doelgroep: kinderen en tieners met complexe (psychiatrische) problematiek

Jeugdorganisaties: Spirit, in samenwerking met de Bascule en eventueel met Jeugdbescherming, William Schrikker Groep, Leger des Heils en andere GGZ-instellingen

Succesformule: Zo gewoon mogelijk opgroeien en zo bijzonder als nodig

In een Driehuis wonen twee jeugdigen in de leeftijd van 10 tot 18 jaar die beiden meerdere diagnoses en complexe problemen hebben (hechtingsproblemen, trauma’s, ADHD, ADD). Ze wonen een huis van de instelling met een speciaal getrainde ouder (of echtpaar). Ze wonen in een gewone wijk, gaan naar een passende school en krijgen ondersteunende therapie. De ouder is in dienst van Spirit en wordt in eerste instantie aangesteld voor twee jaar. Zij of hij moet minimaal mbo-niveau hebben, pedagogisch inzicht en liefst ook ervaring met behandelprogramma’s. Driehuis onderscheidt zich van gezinshuizen door de kleinschaligheid, langdurige plaatsing en beperking tot de moeilijkste kinderen. Alle opvoedouders moeten Parent Management Training Oregon (PMTO) volgen. Hier wonen geen eigen kinderen van de opvoedouder(s).

 

Wat: 14 forensische pleegzorgplaatsingen in Amsterdam, Zaanstreek/Waterland en Amstelland en de Meerlanden

Doelgroep: Jongeren van 12 – 16 jaar die vaak voor het eerst zijn opgepakt.

Jeugdorganisaties: Spirit, Raad voor de Kinderbescherming, Jeugdbescherming Amsterdam of William Schrikker Groep. Parlan gaat ermee starten, in samenwerking met Spirit.

Succesformule: Gedragsproblemen nemen af door intensieve aandacht

Pleeggezinnen speciaal voor jongens van 12 tot 16 jaar die anders in een justitiële jeugdinrichting zouden zitten. Na een jaar bleek de pilot positief resultaat te hebben, jongens liepen geen detentieschade op en hun gedragsproblemen namen af. Ze gedijen goed in een gestructureerde omgeving met veel persoonlijke aandacht. Pleegouders krijgen speciale Mentalization-Based Treatment (MBT), zodat ze achter het gedrag, gedachten en gevoelens leren kijken van de jongens. In deze pleeggezinnen gelden soms striktere regels dan in reguliere pleeggezinnen en vindt nauw overleg met de jeugdreclassering plaats. In de toekomst hopen betrokken instellingen het ook in te zetten bij meisjes.

 

Wat: Gezinshuis Plus, De Glind

Doelgroep: kinderen van 8-14 jaar die anders in Jeugdzorg Plus zouden zitten

Jeugdorganisaties: Gezinshuis.com, Intermetzo, de Rudolphstichting en Stichting Jeugddorp De Glind

Succesformule: Een zo normaal mogelijk leven helpt de ontwikkeling van het kind

Gezinshuizen voor kinderen van 8 tot 14 jaar met (basaal) sterk ontregeld gedrag, veelal veroorzaakt door complex trauma. Normaliter zitten zij in gesloten jeugdzorg. Zo’n gezinshuis plus lijkt op een gezin qua structuur (met maximaal vier kinderen), maar wordt aangestuurd door een specialistisch team van ruim ervaren en specifiek opgeleide professionals – dus geen gewone gezinshuisouders. De focus ligt op een zo normaal mogelijk leven van de kinderen. Het doel is het voorkomen of verkorten van een gesloten traject, herstel van het gewone leven zodat het kind zich verder kan ontwikkelen.

 

Kosten

Een kind in een leefgroep kost tussen de 80.000 en 100.000 euro per jaar. Een kind in een gezinshuis kost 55.000 euro per jaar. Een kind in een pleeggezin kost 14.000 euro per jaar. Gezinshuizen, steungezinnen, duo-pleegzorg, Driehuizen, forensische pleegzorg. De diversiteit is groot. Enkele voorbeelden van succesvolle kleinschalige opvang voor kinderen met complexe problematiek.