Van al dat wachten, raken ze in de knoop

Van al dat wachten, raken ze in de knoop

In de noodopvang krijgen duizenden vluchtelingen hulp van artsen. Voor hun medische en soms ook psychische problemen. Vluchtelingen van destijds over de opvang van nu.

Met waterflesjes in de hand bewegen tien vrouwen heen en weer. Op en neer. Het is hun wekelijkse sportuurtje bij zorginstelling Kommak in Amersfoort, die individuele- en groepsbegeleiding aanbiedt aan migranten en vluchtelingen. Deze vrouwen komen oorspronkelijk uit onder meer Afghanistan, Iran, Irak en Syrië en vluchtten naar ons land, inmiddels hebben ze allemaal een verblijfsvergunning. Het zijn vreemde tijden voor hen, nu wederom zoveel landgenoten naar Nederland vluchten. Het herinnert hen aan hun eigen vlucht en de gruwelijkheden die ze meemaakten in eigen land.

Qamar is een van die vrouwen en met een tolk vertelt ze haar verhaal. “Ik ben nu zes jaar in Nederland en vluchtte samen met mijn zoon en dochter. In Afghanistan woonde ik gelukkig samen met mijn man, mijn drie kinderen en onze familie in een dorpje. Tot op een dag mijn man, twee broers, mijn zoon en mijn beide ouders door de Taliban werden onthoofd, dat gebeurde voor mijn ogen. Toen dook ik samen met mijn andere zoon en dochter onder en zat drie maanden onder de grond, zonder ramen. Gelukkig kon ik vluchten naar Nederland. De allereerste weken was ik alleen maar blij; ik leefde nog, had twee kinderen kunnen redden en werd warm en droog opgevangen.”

De vrouw, inmiddels dik in de zestig, kijkt op. Haar ogen zijn vochtig als ze verder vertelt. “In het begin kon ik niet praten over wat mij was overkomen, ik durfde niet, was bang dat ik terug moest. Met landgenoten durfde ik ook niet te praten, ik vertrouwde niemand. Als je net aankomt in Nederland zit je hoofd nog vol van alle beelden van de oorlog, maar je kunt er niet zo goed bij. Je bent alleen maar bezig met overleven en zorgen dat je mag blijven.” Met Qamar ging het lange tijd niet goed, ze deed twee zelfmoordpogingen. Inmiddels gaat het beter. “Ik kom nu regelmatig hier en praat met andere vrouwen die ook van alles hebben meegemaakt. Hier zijn maatschappelijk werkers die begrijpen dat ik het moeilijk vind om met een Nederlandse psycholoog te praten. Als ik met hun praat, word ik rustig. Ik ben opnieuw geboren.”

De andere vrouwen aan tafel zijn het met Qamar eens. “Hier voelen we ons weer jong”, roept een vrouw op hoge leeftijd die inmiddels haar breiwerkje tevoorschijn haalt. Haar buurvrouw vertelt dat ze acht jaar binnen heeft gezeten en dat ze nu weer een doel heeft om de deur voor uit te gaan. “Mijn leven is lichter geworden. Ik zit nu niet meer dag in dag uit tegen de muren aan te kijken, maar spreek vrouwen van mijn leeftijd, we eten en lachen samen. En dat komt ook door Soheila, de directeur hier, ze is als een vader, moeder en zus voor ons, zij zorgt voor iedereen. We mogen haar altijd bellen.”

Soheila Yousefi, oprichter van Kommak, glimlacht en straalt een beetje. Ze luistert naar de complimenten van de vrouwen en vertaalt wanneer nodig. “Het klopt, ze mogen mij inderdaad altijd bellen. Dat is misschien gelijk het verschil met een reguliere zorginstelling, wij doen het samen. Wij hebben gekozen voor een heel laagdrempelige opvang, mensen kunnen hier binnenlopen voor een kop koffie, naailes, sporten, advies bij het invullen van ingewikkelde brieven, of voor een gesprek met een maatschappelijk werker of psycholoog.” Zelf is Yousefi dertig jaar geleden als Iraanse vluchtelinge naar Nederland gekomen en ze spreekt vijf talen, van Arabisch tot Farsi. Ze richtte Kommak op omdat ze merkte dat de reguliere zorg te weinig aansloot op hulpvragen van migranten en vluchtelingen. Haar hulpaanbod wordt vergoed uit de AWBZ en gemeentelijke welzijnsmiddelen. “Onze doelgroep voelt zich minder thuis bij het ‘witte’ zorgaanbod, met name als het om psychische zorg gaat. Voor deze mensen is de wij-cultuur nog zo sterk, zij kunnen maar niet wennen aan onze individualistische aanpak. Doordat ze hier in een groep bij elkaar komen, zie je dat ze zich openen, hun verhaal kwijt kunnen, ze voelen zich niet meer geïsoleerd.”

Volgens Yousefi zou een dergelijke aanpak ook goed zijn voor de huidige vluchtelingen. “In de noodopvang hebben Nederlandse hulpverleners wel een tolktelefoon, maar via zo’n telefoon je verhaal vertellen is compleet anders dan aan een persoon die je taal en cultuur kent. Landgenoten die hier al een poos wonen en die geduld en tijd hebben om te luisteren naar hun bijzondere verhalen. Wij hebben als organisatie onze expertise aangeboden bij het COA, Centraal Opvang Asielzoekers, maar daar kwamen we niet verder door onbekendheid en protocollen.”

Een paar kilometer verder worden honderden vluchtelingen opgevangen in de noodopvang op Kanaleneiland in Utrecht. Ana van den Bosch is GGZ-consulente en manager zorg van het Gezondheidscentrum Asielzoekers (GCA), dat landelijk de huisartsenzorg regelt voor asielzoekers. Volgens haar is er goed geluisterd naar alle wensen en is ook een en ander veranderd door de jaren heen. Zij is het dan ook niet eens met Soheila Yousefi dat er te weinig gesprekken mogelijk zijn met de vluchtelingen. “Alle doktersassistenten die dagelijks aanwezig zijn, zijn inmiddels getraind in het herkennen van eerste signalen van psychische klachten en trauma’s. Klachten als hoofdpijn, buikpijn of slaapproblemen zijn vaak de symptomen. Onze assistenten weten inmiddels hoe ze erachter kunnen komen wat eronder zit, zoals herbeleving van de oorlog of de erbarmelijke tocht hierheen, zwaarmoedigheid, nachtmerries, het missen van familieleden, etc, etc. Daar zijn we als medisch team zeker op ingericht.”

Ze heeft zeker niet het idee dat er te weinig psychische opvang is. “We realiseren ons heel goed dat deze mensen hulp nodig hebben, en niet altijd psychiatrische hulp, zoals soms gedacht. Daarom zijn we blij met de tolktelefoons, waardoor een hulpverlener vrij snel het gesprek kan oppakken via zo’n tolk. Dat werkt in onze ogen juist goed. En soms is het voor deze mensen helemaal niet fijn om alles met hun landgenoten te bespreken – vanuit het oog van hun wij-cultuur. Een frisse blik van buiten kan ook veel effect hebben. Er is daarbij een groot verschil tussen die eerste periode waarin alles op hen afkomt en wat veel stress veroorzaakt of een post traumatisch stress syndroom dat zich in de tijd erna kan ontwikkelen. Daar zijn we alert op en hebben we genoeg mensen voor om op te vangen.”

Peter van Liere is zo’n hulpverlener, hij is huisarts in zijn praktijk in De Meern én in de noodopvang op Kanaleneiland. Hier ziet Van Liere deels dezelfde klachten als in zijn reguliere praktijk: rugpijn, hoofdpijn, verkouden, zieke kinderen. Daarnaast is er veel achterstallig medisch onderhoud. “Dat varieert van wonden van de lange reis tot medicijnen voor diabetes of hoge bloeddruk die wekenlang niet zijn ingenomen. Alles komen we tegen. Maar verhalen over uitbraken van besmettelijke ziektes zijn onzin. We hebben zeker mensen gehad die tijdens de reis schurft opliepen, maar dat was met medicijnen en de juiste hygiëne binnen korte tijd onder controle.”

Van Liere merkt dat mensen in het begin nog niet zo de behoefte voelen om veel te vertellen, maar naar mate ze langer wachten, hoort de arts meer over hun problemen. “Sommigen zitten nu alweer maanden te wachten en raken steeds meer in de knoop. Hun belevenissen in het land van herkomst en hun reis komen naar boven en mensen vragen zich af wat hun perspectief in Nederland is. Doordat veel Syriërs Engels spreken, komen we zelf een heel eind en anders is er de tolktelefoon of helpt een medebewoner met vertalen. Ik heb niet het idee dat we te weinig voor hen kunnen betekenen. En natuurlijk horen we hier en daar klaagverhalen van mensen over de behuizing, het eten of de zorg, maar dat is van alle tijden. Dat mag ook.”

Wat zijn werk wel lastig maakt, zijn al die onzinnige uitspraken van politici, media of mensen uit de zorg, zegt Van Liere. “Iedereen wordt maar over een kam geschoren. Ik zie vooral mensen met een bijzonder verhaal, die niet voor niets zijn gevlucht. Natuurlijk zijn er enkele jonge mannen die hier hun geluk willen komen beproeven, maar ik behandel ook ouderen die echt zo’n intens verhaal te vertellen hebben. Daar kan je alleen maar stil van worden. Wat dat betreft zou ik wel een kopje koffie met Geert Wilders willen drinken om hem te vertellen en laten zien wat voor mensen er bij ons onder behandeling zijn. Wie weet kunnen we van elkaar leren in een open gesprek.”

E-learning over zorg asielzoekers

Zorgverleners die meer willen weten van de juiste zorg aan vluchtelingen en asielzoekers kunnen kennis opdoen bij de gratis e-learningmodule ‘publieke gezondheid vluchtelingen en asielzoekers’ van opleidingsinstituut NSPOH, Pharos en GGD GHOR Nederland. Mee informatie: http://www.nspoh-on-line.nl/e-learning_vluchtelingen/

Skipr, april 2016

foto: Rebke Klokke

Posted on: juni 2, 2016Dana Ploeger

Geef een reactie