Dokters worden gek van lijstjes invullen

Dokters worden gek van lijstjes invullen

‘Ik ben opgeleid tot medisch specialist, niet tot administratiespecialist.’ Die klacht uiten specialisten steeds vaker. De Federatie hield onlangs een enquête over registratiedruk. Neuroloog George Kienstra, vaatchirurg Jorriane de Nie en aios gynaecologie Steven Giesbers over hun frustraties, zorgen én oplossingen.

Op welke manier ervaren jullie regeldruk en administratielast? En wat voor gevolgen heeft dit in de spreekkamer?

‘Al die registraties knabbelen steeds meer van onze kostbare dokterstijd af. Artsen moeten doen waar ze goed in zijn en dat is niet het overtypen van gegevens naar lijstjes’, stelt vaatchirurg Jorianne de Nie, werkzaam in het Rode Kruis Ziekenhuis (Beverwijk) en het Alkmaarse ziekenhuis van de Noordwest Ziekenhuisgroep. Gevolg is dat zij per patiënt zeker een kwart van haar consulttijd kwijt is aan registratie. Die ervaring hebben ook haar collega’s, George Kienstra, neuroloog en voorzitter stafbestuur in het Slingeland ziekenhuis (Doetinchem) en Steven Giesbers, aios gynaecologie in het Radboudumc (Nijmegen). Hun grootste frustratie is dat ze veel zaken dubbel moeten invoeren en dat velden niet automatisch worden ingevuld. ‘Iedere keer dat ik een zwangere patiënt op de poli zie, moet ik aanklikken dat ze zwanger is’, zegt Steven Giesbers. ‘Niets gaat automatisch. Mijn collega’s en ik grappen weleens: waar worden we nu voor opgeleid: voor patiëntenzorg of voor het klikken op de computer?’

Neuroloog Kienstra: ‘Door al die administratietaken heb ik minder tijd voor en dus minder contact met de patiënt. Ik voel me vaak gehaast en heb minder tijd voor zaken die er echt toe doen. Dat raakt de diepgang in het consult. Die race tegen de klok voelen patiënten: er komen meer klachten binnen van mensen die zich niet gehoord of gezien voelen.’ De Nie beaamt dat: ‘Patiënten raken gefrustreerd als ze keer op keer hetzelfde moeten vertellen. “Ja maar, dit heb ik al aan mijn huisarts verteld”, zeggen ze dan. Niet wetend dat wij al hun klachten opnieuw moeten invoeren in de computer.’

Is de administratiedruk door de jaren heen verergerd?

Neuroloog Kienstra: ‘Zeker. Vroeger dicteerde ik alle brieven aan mijn secretaresse en nu type ik die zelf – en dat gaat niet erg vlot. Ik moet niet alleen als arts alles zelf vastleggen, maar daarover ook nog eens verantwoording afleggen aan de verpleegkundige. Dat vind ik stompzinnig.’ De Nie wil niet terug naar het dicteren van operatieverslagen, maar vindt het vooral belangrijk dat registreren meer fancy wordt. ‘Bij het keer op keer intypen van teksten worden te veel fouten gemaakt. Wanneer gaan al die systemen nu eens met elkaar communiceren?’ Dat verwondert aios Giebers ook keer op keer. ‘Buiten het ziekenhuis is alles mogelijk op het gebied van technologie en apps. Terwijl registeren in het ziekenhuis nog een log monster is. Kennelijk gaan die innovaties aan onze deur voorbij. Ik begrijp niet dat we dat nog steeds als voldongen feit accepteren.’

Maar er zijn toch ook zinvolle registraties, zoals voor de wetenschappelijke verenigingen?

Kienstra: ‘Sommige registraties hebben mooie dingen opgeleverd, zoals de ‘door to needle time’ bij herseninfarcten. Dat levert geweldige tijdwinst op.’ De Nie vult aan: ‘Op mijn vakgebied zien we minder naadlekkages en mortaliteit sinds de DSCA-registratie bij darmoperaties. Dat zijn waardevolle kwaliteitsregistraties.’ De drie artsen vinden dat registraties van wetenschappelijke verenigingen en de inspectie – die tot kwaliteitsverbetering leiden – dan ook voorrang hebben op die van zorgverzekeraars.

Verder is vooral de stapeling aan registraties een probleem. Kienstra: ‘We moeten in mijn ziekenhuis jaarlijks meer dan 4000 indicatoren bijhouden, dat gaat nergens meer over. Ik maak me zorgen om het registeren om het registeren. Een pijnscore bijhouden heeft zin bij een hernia, maar bij iemand met diabetes? Per patiënt vullen we bij sommige registraties zo’n zestig indicatoren in: onzin! Laten we als specialisten de belangrijkste vijf vaststellen en die vasthouden.’

Zijn de ICT-systemen adequaat genoeg ingericht, of kan dat nog beter?

Giesbers: ‘De ICT-afdeling is niet het probleem, maar de implementatie op de werkvloer is wel erbarmelijk. Als een ICT ‘er een week met mij zou oplopen, zouden veel zaken direct kunnen worden opgelost. Dat zou een enorme efficiency opleveren.’

Alle systemen sneller ontsluiten, zou een flinke verbetering zijn, zegt De Nie. ‘Verder zou ik graag zien dat dokters bij elkaar in het systeem kunnen kijken en dat er meer automatische koppelingen komen: meer vaste zorgpaden. Het is toch te gek dat je een ticket naar China sneller voor elkaar hebt, dan de aanvraag voor een liesbreukoperatie.’

In het Slingeland Ziekenhuis zijn ze druk bezig met het maken van bulkorders voor de top tien aandoeningen van de verschillende vakgroepen, maar dat verloopt stroperig. ‘We werken daar nu al een paar jaar aan, maar zijn net met één pilot voor orthopedie in de eindfase. Het blijkt complex. De wil is er, maar de praktijk blijkt weerbarstig’, zegt Kienstra.

Welke oplossingen willen jullie zelf aandragen?

Kienstra: ‘We moeten heel kritisch kijken naar wat we allemaal registeren en wat weg kan. Wat doet er nog toe? Wat is doorgeschoten? Klein maar fijn, daar ga ik voor. En ik wacht met smart op de mogelijkheid van spraakherkenning in het EPD, zodat een ingesproken tekst gelijk wordt ingevoerd.’

Giebers: ‘We moeten als specialisten het heft in eigen hand nemen en al die dubbele administratie niet meer pikken. Ik verwacht dat mijn generatie artsen, die beter snapt hoe computers en systemen werken, hier iets aan gaat doen. Verder denk ik dat patiënten in de toekomst veel zelf kunnen invoeren, gewoon thuis op de bank, dat scheelt tijd in de spreekkamer.’

De Nie: ‘Als specialisten moeten we samen optrekken: goed kijken naar wie wat het beste kan doen, en de bevoegdheden binnen het EPD daaraan aanpassen. Dat kan door meer gestandaardiseerde en geautomatiseerde zorgpaden, zodat het systeem vóór ons gaat werken. Dat voorkomt vergissingen en levert veel winst op.’

de publicatie in De Medisch Specialist

Posted on: February 7, 2018Dana Ploeger