Gezin opgeheven

Gezin opgeheven

Al jaren zorgen Judith en Jan Willem Stoker thuis voor tientallen kinderen met stevige gedragsproblemen. Nu wordt hun ‘projectgezin’ opgeheven door de werkgever Horizon. Ze staan voor een onmogelijke keuze.

De kinderen merkten de onrust in huize Stoker direct. “Zeker deze kinderen zijn gevoelig voor spanning en gaan minder flexibel om met veranderingen”, vertelt Judith Stoker (42), projectouder van drie kinderen met complexe problemen. Sinds zeven jaar vormt zij met haar man Jan Willem (41) dit ‘projectgezin’ met kinderen die niet meer thuis kunnen wonen, te ingewikkeld zijn voor een pleeggezin en uitbehandeld zijn in de psychiatrie. Zelf hebben zij geen eigen kinderen, maar ze besloten in 2001 hun huis open te stellen voor kinderen met een flinke rugzak.

Op dit moment wonen een meisje van 15 en twee jongens van 10 en 13 jaar bij hen, die last hebben van ADHD, autisme, ODD, PTSS, hechtingsproblemen, voortdurende onzindelijkheid en leerstoornissen. De oudste woont al 14 jaar bij hen en de middelste sinds vier jaar. De jongste kwam als baby, na een zorgelijke start; hij gilde alleen maar en het duurde jaren voor hij leerde praten. “Kinderen als deze hebben vaak in diverse pleeggezinnen en leefgroepen gewoond en gedragen zich agressief en afwijkend. Denk aan overal in plassen, erg in zichzelf gekeerd zijn of juist heftig schreeuwen. Je kunt het zo gek niet bedenken of we hebben het meegemaakt”, zegt de projectmoeder. Haar man vult aan: “Wij laten ze zo gewoon mogelijk meedraaien in het gezin. Dat vraagt eindeloos geduld, jezelf vaak wegcijferen en je sociale leven op een laag pitje zetten.” Naar een verjaardag of familiedag gaan is lastig. “Je weet het nooit met deze kinderen. Maar we doen het met liefde. Ieder kind heeft recht op een warm nest en een liefdevolle opvoeding, zodat ze straks stabiel de maatschappij in kunnen.”

Deze projectgezinnen, elders ook wel gezinshuizen genoemd, zijn erg populair zijn in de jeugdzorg. Het is een kleinschalige vorm van jeugdhulp voor gemiddeld vier kinderen met ingewikkelde emotionele- en gedragsproblemen, die worden opgevangen in een gewoon woonhuis door ouders met veelal een zorgachtergrond. Anders dan in pleeggezinnen voeden gezinsouders niet alleen op, ze geven ook speciale begeleiding en zorg en zijn vaak in dienst van een jeugdzorginstelling. Judith Stoker stopte al snel met werken en zeven jaar geleden zegde ook haar man zijn baan op als projectleider bij een opleidingsinstituut. Ze zijn beiden hbo geschoold en geregistreerd als jeugdzorgwerker.

Nadat de nieuwe Jeugdwet in 2015 stelde dat kinderen die (tijdelijk) niet thuis kunnen wonen bij voorkeur in een gezinsomgeving moeten worden geplaatst, nam het aantal gezinshuizen toe met 22 procent in twee jaar tijd. Femmie Juffer, bijzonder hoogleraar adoptie en pleegzorg aan de Universiteit Leiden, juicht deze ontwikkeling toe: “Het is fantastisch dat steeds meer kinderen nu toch kunnen opgroeien in een soort gezin. Uit gehechtheidsonderzoek blijkt dat langdurige opvang, stabiliteit en veiligheid van levensbelang zijn. Wanneer deze kinderen tot hun 18de jaar – en het liefst langer – in een gezinshuis opgroeien, geeft dat meer kans op een betere toekomst.”

Het gezin Stoker dacht dan ook met de nieuwe Jeugdwet dat hun toekomst verzekerd was. Tot hun werkgever Horizon vorige maand besloot definitief te stoppen met alle projectgezinnen. “We zijn te duur”, vertelt Jan Willem Stoker, “terwijl we al veertig procent hebben bezuinigd. De huishoudelijke hulp doen we zelf en ook de pedagogisch medewerker is weg. Ik heb een extra baantje erbij genomen en onze auto hebben we weggedaan.”

Horizon-bestuurder Hans du Prie legt uit wat de reden is van zijn besluit om te stoppen met de tien projectgezinnen die voor 31 kinderen zorgen. “De veranderingen in de jeugdzorg zijn in volle gang, alles is in beweging. Wij worden geconfronteerd met een bezuiniging van 30 tot 50 procent over het hele budget. Niet zo gek dus dat we alles tegen het licht houden. Het is absoluut niet zo dat we zomaar gezinshuizen afbouwen. Sterker nog, op ons terrein staan meerdere gewone gezinshuizen en we hebben honderden kinderen in de pleegzorg. Alleen deze speciale projectgezinnen – een soort gezinshuisplus – zijn te duur geworden. De druk op deze dure jeugdzorgplus neemt sterk toe en we onderzoeken nu alternatieven die goedkoper en effectiever zijn. Er is dus geen sprake van afbraak, eerder van ombouw.”

Verwarde jeugdzorg
Het zoeken naar allerhande oplossingen voor deze complexe kinderen, geeft de verwarring in de jeugdzorg weer. Nadat anderhalf jaar geleden gemeentes verantwoordelijk werden voor de jeugdzorg, beslissen zij nu samen met zorginstellingen welke keuzes gemaakt worden en dat zie je terug in regionale verschillen. In Zeeland, Limburg en Groningen zijn bijvoorbeeld nauwelijks gezinshuizen, terwijl Gelderland er tientallen heeft. Van de duizend uit huis geplaatste kinderen die vallen onder de Gelderse jeugdzorginstelling Lindenhout wonen er achthonderd in een pleeggezin, tweehonderd in een gezinshuis en nog maar zestien op een leefgroep. Lindenhout-bestuurder John Goessens vindt: “Kinderen horen thuis of in een situatie die zo thuis mogelijk is.” Ook al kost dat meer geld. “Natuurlijk is een gezinshuis duurder dan pleegzorg; een gezinshuiskind kost 60.000 euro per jaar en een pleegzorgkind 14.000 euro. Maar ik heb grote moeite met een kind puur te bekijken vanuit het europerspectief. Het beeld dat deze complexe zorgkinderen naar een regulier pleeggezin kunnen als het beter met ze gaat, klopt niet. Juist doordat ze langere tijd in zo’n gezinshuis wonen met alle hulp om de hoek, zorgt dat het beter met ze gaat. Ik begrijp dat dit meer kosten met zich meebrengt, maar we weten dat deze investeringen zich op de lange termijn uitbetalen, omdat ze straks beter functioneren in de samenleving.”

Pleegzorg Nederland merkt nu al dat er meer jeugdigen met zwaardere problematiek voor pleegzorg worden aangemeld en is bang dat dit nog erger wordt. Terwijl juist voor kinderen met dit soort ernstige emotionele- en gedragsproblemen moeilijk geschikte pleegouders te vinden zijn. Het sluiten van de projectgezinnen is geen vernieuwing, maar een bezuiniging, vindt Gerard Besten van Gezinshuis.com, een franchiseorganisatie die door het hele land gezinshuizen opzet. “Deze kinderen hebben in 85 procent van de gevallen complexe trauma’s meegemaakt als kindermishandeling, misbruik of vechtscheidingen. Iedere wisseling is funest en traumatisch. Na een nieuwe plaatsing kun je vaak weer van voren af aan beginnen. Met hen moet je niet te veel rondsjouwen.”
Bijzonder ferm stelt Horizon dat er absoluut geen sprake is van het rondsjouwen van kinderen. “Het is voor iedereen helder dat geen enkel kind op straat komt te staan”, zegt Du Prie. “We hebben dit proces zorgvuldig gedaan en kijken met alle betrokkenen naar andere oplossingen voor deze kinderen. Een deel van deze projectouders kan kiezen om een pleeggezin te worden en een deel kan verder als zelfstandig gezinshuis, dan kunnen de kinderen in dezelfde omgeving blijven.” De zorgbestuurder snapt goed dat de projectouders boos en verdrietig zijn dat de huidige situatie niet wordt voortgezet. Maar hij weerspreekt het idee dat Horizon zomaar gezinnen opheft. “Wij praten voortdurend met deze projectouders en begeleiden de gezinnen naar nieuwe vormen en betalen die overgang. Ik ontken niet dat we kosten willen reduceren, maar met de hele jeugdzorg in beweging moeten we wel keuzes maken. Wij kijken juist vooruit hoe deze zorg beter en goedkoper kan. Op de oude voet verder kan niet.”

Daar zijn de Stokers het niet mee eens. Zij willen liever op de oude voet verder, juist omdat ze hebben gezien dat deze kinderen baat hebben bij langdurige intensieve opvang. “Van die zorgelijke baby van toen merk je weinig meer. Hij heeft zich ontwikkeld tot een relatief gezonde knul die meedraait op een reguliere school”, vertelt Judith Stoker. Dan zouden haar zorgkinderen toch wel naar een pleeggezin kunnen? “Zeker niet, ze hebben echt 24 uur per dag zorg nodig vanwege hun problematiek; dat kunnen gewone pleegouders niet geven. Ik denk dat ze alle drie terug bij af zijn als ze overgeplaatst worden. Ze doen het nu goed omdat ze al jaren bij ons wonen en hier en op school hun eigen plekje hebben gevonden. We leren de kinderen altijd dat ze relaxt moeten blijven. Hun leven is al ingewikkeld genoeg. Dat moeten wij nu ook doen. Al moeten we straatkranten gaan verkopen, deze kinderen blijven bij ons wonen. Dat hebben we ze ook al verteld.”
Dus staat het echtpaar voor de keuze: toch een pleeggezin worden (met minder budget) of als eigen ondernemer zelf een gezinshuis starten. Het laatste heeft hun voorkeur. Judith Stoker: “Dan maar geen pensioen en zekerheid van een vaste baan. Wij hebben gezien hoe getraumatiseerde kinderen opknappen van ons gezin met structuur en liefde. Dat geven we niet zomaar op.”

Opvang uit huis geplaatste kinderen

Pleeggezin
In een pleeggezin zorgen pleegouders voor een kind tot het weer naar zijn eigen ouder(s) kan. Dit kan een korte of langere tijd zijn. Hiervoor ontvangen zij een kleine onkostenvergoeding. Een kind in een pleeggezin kost 14.000 euro per jaar

Gezinshuis
Een gezinshuis is een kleinschalige woonvorm waar drie tot zes kinderen en/of jongeren wonen die te veel gedragsproblemen hebben voor pleegzorg. Een of twee gezinshuisouders voeden hen op en begeleiden de kinderen professioneel. Hiervoor krijgt minimaal één gezinsouder een salaris via een jeugdzorginstelling. Er zijn ook zelfstandige gezinshuizen waar de ouders alles financieel zelf regelen. Een kind in een gezinshuis kost 60.000 euro per jaar

Projectgezin
Een projectgezin lijkt erg op een gezinshuis, maar hier wonen kinderen die zo getraumatiseerd zijn of complexe problemen hebben dat ze extra zorg nodig hebben. Die begeleiding en therapie krijgen ze van de jeugdzorginstelling, waar de projectouders ook in dienst zijn. De kinderen wonen langere tijd bij de projectouders in huis. De kosten variëren per instelling en zorgaanbod, maar liggen hoger dan een gezinshuis

Posted on: juli 7, 2016Dana Ploeger

Geef een reactie