Levensles Peter Kouwenberg

Levensles Peter Kouwenberg

Ik vang klappen op en toon spijt  

Jeugdzorgbestuurder Peter Kouwenberg (65) ging deze week met pensioen. “Mijn missie om kwetsbare kinderen te beschermen stopt niet, maar de zware verantwoordelijkheid wel.”

Les 1

Voel je verantwoordelijk

“Als bestuurder van een organisatie als de William Schrikker Groep laveer je van crisis naar crisis. Als ik ’s morgens mijn mailbox open, stroomt die vanzelf vol problemen, noodkreten en schrijnende situaties. Onze instelling zorgt voor de uitvoering van jeugdbescherming, pleegzorg, gezinshuizen en jeugdreclassering voor kinderen, die met een eigen beperking of die van hun ouders te maken hebben. Dat zijn altijd maatregelen met immense impact op de levens van deze kwetsbare kinderen en hun ouders. Die verantwoordelijkheid voel ik elke dag. Het is spannend werk met een grote maatschappelijke betekenis én omstredenheid. Die combinatie maakt het uitdagend en verslavend. In de uitvoering van ons werk gebeuren soms de vreselijkste dingen. Een van de eerste incidenten die ik bij WSG meemaakte was een baby’tje dat was misbruikt. Het kind lag in coma, leed aan ondraaglijke pijnen en had geen kans meer te overleven. De artsen zagen euthanasie als enige mogelijkheid. Ik moest hiervoor namens de instelling een handtekening zetten. Op dat moment drong echt tot me door hoe indringend mijn werk is. Het laatste jaar voelde die verantwoordelijkheid steeds zwaarder. Dit kun je niet in dit tempo blijven doen. Dat vraagt teveel. Mijn bloeddruk was de laatste tijd te hoog, ik merkte dat ik die druk op mijn schouders graag wilde verminderen. Ook al ga ik nu met pensioen, mijn missie voor een persoonlijke aanpak in de jeugdzorg wil ik verder uitdragen. Van stilzitten is geen sprake. Ik voel dit werk als levensopdracht.”

Les 2

Leer je opdracht kennen

“Mijn moeder is als zevenjarig meisje door de politie uit huis gehaald en naar de nonnen gebracht. Haar tien broers en zussen zijn ook in tehuizen grootgebracht. Haar verhalen over die tijd waren louter positief. Bij de nonnen scheen iedere dag de zon en speelde ze in een prachtige tuin. Ze had haar traumatische jeugd volledig weggedroomd. Als puber en jongvolwassene zette ik me stevig af tegen mijn ouders. Mijn vader had graag gezien dat ik computeranalist werd vanwege mijn sterke bètakant, maar ik koos voor een leven als hippie en leefde in een anarchistische gemeenschap. Ik studeerde geschiedenis en wilde schrijver worden. Dat was en is mijn passie. Ik schrijf nog steeds verhalen en gedichten. Via een bekende kwam ik op mijn dertigste bij toeval in de jeugdzorg terecht en ging aan de slag als gezinshuisouder. In die tijd was niets geregeld. Op de een of andere manier bleef ik in de jaren erna in de jeugdzorg werken. Ik ging me met het beleid bemoeien, werd coördinator en groeide door van kleine naar grotere organisaties. Ik heb veel kansen gehad me te ontwikkelen. Al die tijd dacht ik dat ik volledig autonoom mijn levenskeuzes had gemaakt. Tot mijn moeder zeventig jaar werd en ik haar en mijn leven verwerkte in een speech. Ik realiseerde me toen dat mijn werk toch meer een opdracht was, nauw verbonden met haar jeugd. Dat was voor mij een schokkende ontdekking. Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat ik heb geprobeerd haar droom van een zorgeloze jeugd waar te maken voor andere kwetsbare kinderen. Mijn moeder kon er overigens heel slecht tegen dat ik in deze sector werkte. Dat rakelde bij haar alles op. We hebben er nooit samen over kunnen praten.”

Les 3

Kijk in je eigen kast

“Vier keer in mijn leven ben ik in therapie gegaan. Ik geloof sterk dat je je eigen rommel moet ordenen om te weten wat er in je kast zit. Dan snap je waarom je dingen op een bepaalde manier doet. Een thema dat regelmatig terugkeert in mijn leven is een gevoel van alleen zijn. Als kind ben ik te veel geïsoleerd geweest. De vanzelfsprekende warmte van een moeder heb ik niet gekend. Dat kon mijn moeder niet geven, mijn vader trouwens ook niet. Ik heb wel liefde gekend en ben zeker niet verwaarloosd, maar het was een soort technische liefde zonder omhelzingen. Daardoor ging ook ik dromen en fantaseren om mijn werkelijkheid te beïnvloeden. Een andere overlevingsstrategie was meebewegen met de ander. Zo telde ik als dromerig, slim en mager jongetje niet mee in een klas vol rouwdouwers uit onze arbeidersbuurt. Tot ik ze alle antwoorden ging voorzeggen. Dat werkte. Dat dwong respect af bij mijn klasgenoten. Ik koos vaak de onverwachte aanpak. Zo ook bij Monopoly spelen; ik kocht altijd eerst de Brink en de Steenstraat en won daardoor vaak. Dat zegt iets over mij; ik blaas niet hoog van de toren, maar begin klein, bereid iets goed voor en denk na over wie ik tegenover me heb. Toen ik bij de William Schrikker Groep ging werken, hadden we strijd met alle zorginstellingen over ons voortbestaan. Ik koos er niet voor terug te vechten, maar ben in het bestuur gaan zitten van de koepelorganisatie Jeugdzorg Nederland, waardoor ik ‘de vijand’ mede vertegenwoordigde. Dat had niemand verwacht, maar werkte wel. Van binnenuit de zaak bekijken, meegaan met de energie en kracht van de ander en dan je eigen ding neerzetten. Dat spel vermoeit nooit.”

 Les 4

Laat je raken

“Dit werk vraagt een out of the box aanpak die goed bij me past. Bij mij krijg je geen Rietveld, maar een Gaudi. Ik ben creatief, heb een hoog oplossingsvermogen en ben niet rechtlijnig. Dat heeft in de planning wel de nodige nadelen, maar daardoor kan ik in onderhandelingen een bijzondere partner zijn. Als je werkt met kinderen die bij hun ouders worden weggehaald, heb je vaak te maken met boze reacties. Dat is een natuurlijk spanningsveld. Vooral de afgelopen jaren ben ik veel persoonlijk aangevallen. Op internet maar soms ook in mijn gezicht. Dat hoort erbij. Als bestuurder ben je het symbool van je organisatie. Daar moet je tegen kunnen. Soms is het nodig dat ik persoonlijk met cliënten praat. Zo heb ik met slachtoffers gesproken van pleegzorghuis De Loot, waar kinderen werden mishandeld. Stuk voor stuk afschuwelijke verhalen, die wij niet hebben kunnen voorkomen. Ik denk ook terug aan een gesprek met een ouderpaar wiens kind jarenlang werd misbruikt door pleegvader V. Dat zijn heel intense gesprekken, waarin het ergens mooi is om ouders erkenning te geven voor hun verhaal en verdriet. Ik vind het goed ermee geconfronteerd te worden. In dat soort gesprekken volg ik mijn intuïtie en stel me kwetsbaar op. Ik luister. Achter de boosheid zit vaak zoveel wanhoop en verdriet. Bij pleegvader V. hadden we allemaal niets in de gaten. Doordat ik toegaf dat we hadden gefaald, konden de ouders ook hardop zeggen dat ze het zo erg vonden dat zij het niet gemerkt hadden. Zulke verhalen raken mij diep; vanuit die geraaktheid kijk ik of ik iets kan betekenen. Ik vang de klappen op en toon mijn spijt als dat nodig is. WSG heeft na het onderzoek over De Loot direct op televisie spijt betuigd. Soms moet je toegeven dat je hebt gefaald.”

Les 5

Regel niet te veel

“Wat ik niet goed vind aan de jeugdzorg is de te sterke nadruk op professionalisering. Alles is vastgelegd in methodes en protocollen. We dolen rond in een overspannen doolhof van regels en dat biedt alleen maar schijnzekerheid. Toen ik in de jaren zeventig in de jeugdzorg begon was er niets geregeld; iedereen werkte vanuit idealisme en betrokkenheid. Daarna is de fout gemaakt de betrokkenheid te vervangen door diagnoses en behandelingen. We zijn van jeugdhulp naar jeugdzorg gegaan. Dat heeft verkeerd uitgepakt. Nu draait alles om behandelen en zijn we de pedagogische affectie volledig kwijtgeraakt. Sommige kinderen doen het gewoon het beste op een boerderij met veel ruimte en paarden én zorgzame pleegouders. Die kinderen hebben geen ingewikkelde behandelingsprotocollen nodig, maar moeten veel buiten zijn, stallen uitmesten en hun agressie kwijtkunnen. Erken dat. Zoek niet verder. Ik vind ook dat door die professionalisering hulpverlenen te veel een beroep is geworden. De maatschappij vraagt veel te veel van onze gezinsvoogden. Zij moeten niet alleen kindermishandeling herkennen, maar ook juridisch onderlegd zijn en overal een antwoord op hebben. Vind je het gek dat ze binnen vijf jaar weg zijn? Jeugdzorgmedewerkers zijn nog steeds ontzettend gedreven en idealistisch, maar werken wel in een slecht systeem. Wat dat betreft biedt de transitie in de jeugdzorg waarbij de hulp terug gaat naar gemeentes nieuwe kansen. Zelf blijf ik me er ook tegenaan bemoeien. Ik ga met jurist en pedagoog Adri van Montfoort verder werken aan wat we noemen: ‘De Terugkeer van de Burger’. Wij vinden dat de hulp aan kwetsbare gezinnen meer in de wijk geregeld moet worden met een vast team, dat er dicht op zit en het conflict in het eigen netwerk oplost. Het toezicht op de veiligheid van het kind ligt dan bij een familielid of buurtgenoot. Dat scheelt zeker dertig procent aan professionele inzet. Dat is mijn ideaalbeeld.”

Les 6

Deel je fantasieën

“Nu ik met pensioen ben, heb ik meer ruimte voor andere dingen. Ik voel een enorme creatieve kracht in mij borrelen. Eerst ga ik al mijn oude verhalen en gedichten opnieuw uitgeven. Alles digitaal. Ik heb een blog waarop mijn dromen en fantasieverhalen in feuilleton verschijnen in de sfeer van Duizend-en-een-nacht. Ik zit ook op Twitter en Facebook; zo kan ik mijn fantasieën toegankelijk maken voor iedereen. Er zit nog zoveel in mij dat verteld moet worden. Ik heb veel gereisd en al die indrukken komen terug in mijn verhalen. Verhalen over het oude Egypte bijvoorbeeld, ik heb een fictief verhaal geschreven over hoe Toetanchamon er totaal anders uitzag, dan op zijn masker is afgebeeld. Zo’n kwinkslag geeft mij veel plezier. Dat wil ik graag delen. Daarnaast wil ik meer tijd met mezelf en mijn geliefden doorbrengen. Vorig jaar zomer heb ik de leefgemeenschap van de boeddhistische monnik Thich Nhat Hanh in Frankrijk bezocht. Als een soort spirituele voorbereiding op mijn naderende pensioen. Daar ervaarde ik hoe ik volledig met mezelf kon zijn. Psychotherapie gaf me inzicht in hoe ik in elkaar steek, hier leerde ik mijn pijn ook echt aanvaarden. Ik voelde me bondgenoot van mijn pijn. Het is alleen zo razend moeilijk dat in de praktijk te brengen. Ik hoop dat ik nu de tijd neem om meer vanuit mezelf te leven.”

[kader]

BIOGRAFIE

Peter Kouwenberg (65) is deze week met pensioen gegaan als bestuurder van de William Schrikker Groep. Een landelijke organisatie voor de uitvoering van jeugdbescherming, pleegzorg, gezinshuizen en jeugdreclassering voor kinderen, die met een eigen beperking of die van hun ouders te maken hebben. Eerder werkte hij als bestuurder bij diverse Bureaus Jeugdzorg en jeugdzorgaanbieders. Enige jaren was hij lid van het bestuur van de koepelorganisatie Jeugdzorg Nederland. Hij begon zijn carrière 35 jaar geleden als gezinshuisouder bij een gezinsvervangend tehuis in Zaandam. Peter Kouwenberg schrijft ook verhalen en gedichten. Op zijn site hartvandeluchtspiegeling.com zijn diverse verhalen in de sfeer van Duizend-en-een-nacht te lezen. Binnenkort verschijnt al zijn verzameld werk als e-book. Peter is getrouwd.

 

 

 

 

 

 

 

 

Posted on: mei 10, 2016Dana Ploeger

Geef een reactie