Leven met de Maya kalender

Leven met de Maya kalender

Al eeuwen geleden vergaan en toch voor velen nog springlevend: de Mayacultuur. Deze week opende het Drents Museum een speciale tentoonstelling over deze mystieke samenleving. Twee liefhebbers op zoek naar inspiratie.

Neeltje de Witte (54) uit Wolvega leeft al een paar jaar met de Tzolk’in-kalender, de rituele en cyclische kalender van de Maya’s die uitgaat van een tijdspad van 260 dagen. “De Tzolk’in-kalender geeft me houvast in het dagelijks leven”, vertelt ze. “Ik werk als programmabegeleider in een asielzoekerscentrum en dat zijn pittige dagen. Als ik ’s avonds thuis kom en het beeld bekijk dat de Maya’s bij deze dag bedachten, dan gebeurt er iets met me. Ik neem een beetje afstand van de gebeurtenissen van die dag en laat de mist in mijn hoofd optrekken. Vroeger twijfelde ik over alles en leefde ik vol frustratie en onrust, dat heb ik niet meer.”

Ook vanochtend heeft ze de kalender bekeken, voordat ze vertrok naar de tentoonstelling ‘Maya’s, heersers van het regenwoud’ in het Drents Museum. “Vandaag is een prima dag. De toon van de dag is zeven en de Gele Mens staat centraal. Dat betekent dat de focus ligt op creatie en inspiratie en dat het een dag is voor een wens.”

De Witte leerde de kalender kennen na een training bij Elvira van Rijn (48) uit Velp, schrijfster van het boek ‘Maya wijsheid voor je levenspad, het Tzolkin profielenboek’. Zelf is Van Rijn nog nooit in Guatemala of Mexico geweest om de ruïnes van deze Maya-beschaving te bezoeken. Des te nieuwsgieriger is ze naar de tentoonstelling. “Ik hoop vooral tekenen van de Tzolk’in-kalender te vinden. Dat zou bijzonder zijn.” Van Rijn laat zich vooral inspireren door de creatieve kracht van de Maya’s. “Als wij in onze tijd iets willen creëren, stevenen we altijd recht op ons doel af. Dat wat we bedacht hebben, moet zo snel mogelijk bereikt. De Mayakalender leert ons precies het omgekeerde: eerst je idee weer loslaten. Het lijkt dan je niets doet, maar afstand nemen is iets anders dan niets doen. Als het de bedoeling is komt het weer bij je terug. En dan weet je dat je er echt mee aan de slag kunt.”

Sieraden, keramieken beeldjes, schalen, maskers, grote gedenkzuilen (stèles) bedekt met hiërogliefen staan uitgestald in één grote ruimte van het Drents Museum. Op de borden lezen we dat ze in de negentiende eeuw werden gevonden door ontdekkingsreizigers die met kapmessen de jungle van Mexico en Guatemala in trokken en daar stuitten op de mysterieuze, verlaten en overwoekerde Mayasteden, op tot dusver onbekende piramides en tempels. Het begin van de Mayacultuur gaat terug tot tweeduizend voor Chr., maar de tentoonstelling, in samenwerking met het Duitse Historisch Museum der Pfalz in Speyer, richt zich op de bloeitijd (250 tot 900 na Chr.). In een hoog ontwikkelde agrarische cultuur ontstonden destijds dorpjes, steden, een in klassen onderverdeelde samenleving. Natuurgodsdienst bepaalde het denken, maar de Maya’s hadden ook een grote belangstelling voor wiskunde, astronomie en kalenders – ze maakten er verschillende, waaronder de Tzolk’in. Hoewel de Mayacultuur vergelijkbaar is met die van de Inca’s uit Peru en de Azteken uit Centraal-Mexico, hanteerden zij een uniek hiërogliefenschrift, dat tot op de dag van vandaag nog niet volledig is ontcijferd. Na de bloeitijd lijkt hun cultuur ten onder te gaan; de Maya’s verlaten hun steden en de bevolking krimpt aanzienlijk.

Rode draad in deze tentoonstelling is de cyclus van zaaien, groeien, oogsten en wedergeboorte. “De Maya’s kenden geen einde, alles is cyclisch in hun ogen”, verheldert verduidelijkt Elvira van Rijn terwijl ze de maisvitrine bekijkt. Het bordje erbij verduidelijkt:

‘De cyclus van mais, de cyclus van het leven.

Voor de Maya’s houvast om de wereld te begrijpen.

Wat kan groeien, kan opnieuw geboren worden.

Ieder eind is een nieuw begin.’

Dat cyclische denken fascineert Van Rijn. “Ondanks allerlei weerstanden in het leven is er altijd groei, bloei én ondergang. En dat in terugkerende cycli. Een echte Mayaboer heeft altijd nog een paar maiszaden achter de hand om het mais weer te laten groeien. Net als in ons leven, ook daarin is er altijd weer iets waardoor je verder gaat.”

Enthousiast lopen de vrouwen rond, pratend en wijzend op de objecten. Ze zijn vooral op zoek naar voorbeelden van hun Tzolk’in kalender. Daarin krijgt iedere dag een zogeheten zegel – een plaatje van bijvoorbeeld een tovenaar, aap, adelaar of maiszaad. Bij een van de kleinere zuilen uit Lancanha in Guatemala zitten ze lange tijd op de knieën. Het is druk, andere bezoekers wurmen zich langs hen heen, ze merken het nauwelijks. Samen proberen ze het schrift te ontcijferen boven de afbeelding van een figuur met grote oorbellen en een ketting met kralen van jade – vermoedelijk koning Yo’nal Bahlam. “Ik herken een cijfer. Dit is volgens mij het cijfer 13, kijk maar. Deze twee streepjes en die drie puntjes, ja, definitief 13”, wijst Van Rijn. “Ik herken ook het beeld van de Rode Hemelwandelaar uit de kalender, ook al is het afgesleten. Wat ontroerend.”

Even verderop blijven ze staan bij een versierde keramieken schaal. “Dit is toch echt de zon, het beeld van de laatste dag van de Tzolk’in. Wat cool”. Ze zouden graag meer weten over deze schaal en waar die voor gebruikt werd. Maar hoewel ze op lang niet al hun vragen antwoord krijgen, hebben De Witte en Van Rijn veel opgestoken. Zo weet De Witte nu dat er in haar veel kracht zit, omdat haar geboortedag gekoppeld is aan het beeld van het gele maiszaad. “Lange tijd twijfelde ik, nu ik weet dat mijn geboortebeeld te maken heeft met potentie, richt ik me daar op. Het potentieel dat de Maya’s laten zien door aandacht te geven aan de cyclische kant van het leven, laat mij als mens groeien – tegen de verdrukking in.” Elvira van Rijn kan zich een leven zonder de invloed van de Maya’s nauwelijks meer voorstellen. “Als ik zie hoe deze oude cultuur in contact stond met al het onzichtbare om ons heen, dan hebben we nog veel te leren. De kalender van de Maya’s maakt mij bewust van datgene wat ik niet kan zien, maar wel invloed op me heeft. Ik leef ermee, het brengt me bewustzijn en zorgt dat ik me goed kan afstemmen op wat er speelt in mijn leven.”

Informatie:

De tentoonstelling Maya’s, Heersers van het Regenwoud, is te zien tot en met 4 september in het Drents Museum in Assen. De tentoonstelling geeft een beeld van de hoog ontwikkelde beschaving en focust op de schatten van de periode 250 tot 900 na Chr. Veel objecten uit Midden-Amerika zijn niet eerder in Europa getoond. Op de normale toegangsprijs geldt een toeslag van 3 euro.

www.drentsmuseum.nl

Trouw: 5 maart 2016

 

Posted on: juni 2, 2016Dana Ploeger

Geef een reactie